Onbegrepen: verschillen in schooladvisering

Geplaatst door Henk Blok op 21 april 2020
Deze blog gaat in op de verschillen tussen school- en toetsadviezen en op hoe scholen daarmee omgaan. Uit cijfers blijkt dat er tussen Amsterdamse basisscholen verschillen bestaan in hun schooladvisering. Nu de eindtoets vervalt, dreigt het gevaar dat niet alle leerlingen op de best passende school terechtkomen. Dit gevaar is groter voor leerlingen met laag opgeleide ouders. Cijfers waar uit blijkt dat er de afgelopen jaren vaak sprake was van onderadvisering en/of weinig heroverwegingen kunnen de scholen helpen bij een zelfevaluatie. Hopelijk draagt dit bij aan een goede ‘warme overdracht’ naar het voortgezet onderwijs voor leerlingen die extra kansen verdienen.

Geen eindtoets, geen heroverweging

Geen eindtoets dit jaar, zo besloot minister Slob op 18 maart 2020. De aanleiding is het coronavirus dat tot sluiting van de scholen heeft geleid. Voor heel wat leerlingen zal het besluit van de minister een opluchting zijn. De eindtoets brengt nu eenmaal stress met zich mee. Maar er is ook een groep leerlingen die minder blij is. Elk jaar zijn er in Amsterdam een 1.000 tot 1.500 leerlingen die de toets beter maken dan de basisschool verwachtte. Dat zou dit jaar niet anders zijn geweest zijn. Gaan deze leerlingen – met een groter leerpotentieel dan de basisschool denkt – toch nog op een school terechtkomen die bij hen past?

Toetsadvies hoger, dan volgt heroverweging

Als het toetsadvies lager uitpakt dan het schooladvies, mag de basisschool het schooladvies niet naar beneden bijstellen. Maar als het toetsadvies hoger is dan het schooladvies, moet de basisschool het schooladvies heroverwegen. Heroverwegen betekent dat de basisschool in overleg met de ouders beslist of het schooladvies verhoogd wordt. Maar de school is daartoe niet verplicht. Als de school besluit het advies toch niet naar boven bij te stellen, is de school in elk geval nog wel verplicht die beslissing naar de ouders toe te motiveren, art. 42 lid 2 WPO.

Bij één op de drie leerlingen is het toetsadvies gelijk aan het schooladvies

In Amsterdam gaat het om jaarlijks om een kleine zevenduizend leerlingen die de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs maken. Het aandeel leerlingen voor wie schooladvies en toetsadvies met elkaar overeen komen, bedraagt 35 tot 40 procent van het leerlingentotaal. Het aandeel leerlingen met een lager toets- dan schooladvies is in de meeste jaren ongeveer even groot (zie Figuur 1).

Jaarlijks tussen 1.000 en 1.500 te heroverwegen adviezen

In deze blog gaat de aandacht uit naar de leerlingen die een hoger toetsadvies haalden dan het schooladvies. Dit overkomt jaarlijks een dikke duizend leerlingen, in 2019 zelfs bijna 1.500 leerlingen. Is hier misschien sprake van een gelukje, bijvoorbeeld omdat de leerling ‘een goede dag’ had? Of is het hogere toetsadvies een serieuze aanwijzing dat de leerling meer in haar/zijn mars heeft dan de school denkt?

De school beslist

Dit soort vragen kunnen bij de heroverweging aan de orde komen. Uiteindelijk beslist de school of een verhoging van het schooladvies gerechtvaardigd is of niet. Uit de cijfers voor Amsterdam blijkt het aandeel verhoogde adviezen – gerekend ten opzichte van alle te heroverwegen adviezen – enigszins te variëren over de jaren, namelijk tussen de 40 procent (in 2015) en 60 procent (in 2018). Men kan dus stellen dat grosso modo de helft van de te heroverwegen schooladviezen niet wordt bijgesteld.

Cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

OCO heeft zich verdiept in de cijfers over de schooladvisering. De cijfers zijn door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) als open data beschikbaar gesteld, zie hier. Ze betreffen vijf schooljaren, vanaf 2014-2015 tot en met 2018-2019. De cijfers per jaar zijn door ons per school op een rijtje gezet en samengevoegd tot een schoolgemiddelde over alle vijf de jaren.

Er zijn scholen waar veel leerlingen een veel hoger toetsadvies halen

Uit analyses blijkt dat er tussen basisscholen opvallende verschillen zijn. Op sommige scholen komt het gemiddeld over de laatste vijf schooljaren vaker voor, dat het toetsadvies hoger uitvalt dan het schooladvies. Neem het percentage leerlingen voor wie het toetsadvies een heel niveau hoger uitgevallen is dan het schooladvies. Dit percentage – op basis van het schoolgemiddelde over vijf jaar – varieert tussen nul en 38 (Figuur 2). Met andere woorden, op sommige scholen komt een hoger toetsadvies (hoger dan het schooladvies) niet voor. Op andere scholen haalt één op de drie leerlingen een beduidend hoger toetsadvies dan schooladvies.

Op Al Wafa zijn gemiddeld 32 procent van de toetsadviezen een heel niveau hoger dan de schooladviezen:

Directeur E. Volf-Zaïdi is verbaasd over de verschillen in advisering tussen Amsterdamse basisscholen. Zij licht toe dat sommige leerlingen de afgelopen jaren een voorzichtig advies kregen, om te bevorderen dat ze hun uiterste best bleven doen tot de eindtoets. Ze vertrouwt op de ervaring van de leraren voor het achtste leerjaar, die staan al jaren voor de klas.

De voorzichtige advisering op Al Wafa werkt ook door in het percentage verhoogde adviezen. Slechts 17 procent van de te heroverwegen adviezen wordt verhoogd, duidelijk minder dan het Amsterdamse gemiddelde dat ongeveer 50 procent bedraagt.

Op basisschool Polsstok zijn gemiddeld 27 procent van de toetsadviezen een heel niveau hoger dan de schooladviezen:

Directeur B. J. Commissaris is op de hoogte van dit gegeven. De school heeft beleid ontwikkeld om de schooladviezen meer in overeenstemming te brengen met de toetsadviezen. Daarbij maakt de school onder andere gebruik van omzettingstabellen van het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding. Met deze tabellen worden scores uit het leerlingvolgsysteem omgezet in schooladviezen.

Heroverwegingen leiden in 80 procent van de gevallen tot een verhoogd advies. Dus op zijn school komt het merendeel van de leerlingen uiteindelijk toch terecht op het niveau van het toetsadvies.

Er zijn ook scholen die het schooladvies zelden of nooit verhogen

Verschillen tussen scholen zijn er ook wat betreft het aandeel verhoogde adviezen. Het percentage verhoogde adviezen, berekend ten opzichte van het aantal te heroverwegen adviezen, varieert – ook hier gemiddeld over de vijf genoemde schooljaren – tussen nul en 100 procent (Figuur 3).

Scholen die na heroverweging (bijna) nooit een advies hebben verhoogd, hebben geen behoefte aan een gesprek over de cijfers. Het betreft een viertal scholen: Cornelis Jetses, Het Gein, Wespennest en Jan Woudsma.

De Derde Daltonschool Alberdingk Thijm laat via e-mail weten dat de school “de afgelopen jaren een ‘goed’ schooladvies gegeven [heeft], passend bij de leerlingen en overeenkomend de uitslag van de CITO Eindtoets”. Opgeteld over de afgelopen vijf jaar hebben heroverwegingen op deze school evenwel in slechts één op de 29 gevallen geleid tot een verhoogd advies.

Kansenongelijkheid?

Beide verschijnselen – een veel hoger toets- dan schooladvies en een heroverweging-zonder-verhoging – hangen samen met het opleidingsniveau en met het inkomen van ouders. Uit landelijk onderzoek De waarde van eindtoetsen in het primair onderwijs van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat leerlingen uit achterstandssituaties op twee punten in het nadeel zijn. Ze krijgen vaker een hoger toets- dan schooladvies, wijzend op een onderschatting van hun capaciteiten door de school. En ten tweede, in geval van een te heroverwegen advies krijgen deze leerlingen minder vaak een verhoogd advies.

Onder- of overadvisering hangen samen met het opleidingsniveau van ouders

De Amsterdamse afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) stelde in het onderzoek Het basisschooladvies en doorstroom in onderbouw vo (december 2019) vast dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker worden ondergeadviseerd en minder vaak overgeadviseerd. Onderadvisering betekent in dit verband dat het toetsadvies hoger uitvalt dan het schooladvies. Bij overadvisering is het omgekeerde het geval. In dit onderzoek werden twee cohorten gebruikt, met 2015 respectievelijk 2016 als startjaar in het voortgezet onderzoek.

Hetzelfde OIS heeft op verzoek van Amos, een Amsterdams schoolbestuur met 28 scholen, de kansengelijkheid onderzocht in de cohorten met 2018 en 2019 als startjaar in het voortgezet onderwijs. Zie het OIS-rapport Kansengelijkheid scholen AMOS 2018/’19 Kansengelijkheid scholen AMOS 2018/’19 (november 2019). Dit onderzoek, alleen gedaan op Amosscholen, bevestigt de kansenongelijkheid die optreedt in de vorm van te lage schooladviezen voor kinderen van laagopgeleide ouders. Tevens is vastgesteld dat een ongunstige thuissituatie door leraren als een argument wordt gehanteerd om een leerling lager te adviseren dan passend is gezien de schoolvorderingen.

Open vragen

Alle inmiddels verrichte onderzoek maakt nog niet duidelijk waarom de verschillen tussen Amsterdamse basisscholen wat betreft schooladvisering zo groot zijn. Belangrijke vragen zijn de volgende.

  • Hoe kan het dat op sommige scholen jaar in jaar uit voor veel leerlingen de toetsadviezen beduidend hoger uitvallen dan de schooladviezen?
  • Waarom leiden heroverwegingen op sommige scholen zelden tot een bijgesteld advies?
  • Op welke scholen vindt via schooladvisering kansenongelijkheid plaats en met welke argumenten? En, welke maatregelen kunnen worden genomen om dit tegen te gaan?

Schoolzelfevaluatie

Het zijn vragen die scholen via zelfonderzoek kunnen beantwoorden. Om ze daarbij te helpen stelt OCO hier voor alle Amsterdamse basisscholen de cijfers beschikbaar over onderadvisering en heroverwegingen en verhoogde adviezen, vanaf 2015 tot en met 2019, inclusief de gemiddelden over deze jaren. Hier de download met het excelbestand onderadviezen_bijstellingen_verhoogd.xls.

Aan de hand van deze cijfers kunnen scholen – en natuurlijk ook ouders – nagaan of de schooladvisering in de pas loopt met die van andere scholen. En indien nee, dan is de vervolgvraag natuurlijk welke verklaring hiervoor is. Scholen waar de afgelopen jaar relatief veel onderadvisering en/of weinig heroverwegingen voorkwamen kunnen deze cijfers gebruiken om extra aandacht te besteden aan een goede overstap voor leerlingen die extra kansen verdienen. Leerlingen in Amsterdam zijn inmiddels geplaatst via de centrale loting en matching, maar er volgt nog een ‘warme overdracht’ die van belang is voor de indeling van brugklassen en de begeleiding die leerlingen in het brugjaar ontvangen.

Minister Slob ontwikkelt een handreiking verbeterde schooladvisering

Ook minister Slob maakt zich zorgen over de kwaliteit van de schooladvisering. Hij heeft de Tweede Kamer in een beleidsbrief van 21 juni 2019 beleidsbrief van 21 juni 2019 laten weten in te zetten op het ontwikkeling van een handreiking voor scholen. Daarmee hoopt hij een verdere professionalisering van de schooladvisering te bereiken. De handreiking moet leerkrachten helpen ‘… om explicieter en transparanter te zijn over de afwegingen die zij maken in de schooladvisering’. De geconstateerde verschillen tussen Amsterdamse scholen maken duidelijk dat aan zo’n handreiking zeker behoefte is.

De overstap in 2020

Hoe moet het dit jaar met de leerlingen die met een te laag schooladvies het voortgezet onderwijs betreden? Er is dit jaar geen eindtoets met een corrigerende werking. Om te vermijden dat leerlingen hiervan de dupe worden vraagt minister Slob de scholen in geval van twijfel om coulance: “Ik doe … een beroep op u in het vo om leerlingen ruimhartig toe te laten op school en kansrijk te plaatsen in een brugklas”, zie zijn brief van 17 april 2020 aan alle scholen. Scholen kunnen daarbij gebruik maken van een speciaal bij de brief gevoegd formulier waarop po-scholen kunnen aangeven of zij nog ruimte zien voor een bijgesteld advies, bijvoorbeeld gezien de ontwikkeling van een leerling in de periode na het schooladvies. De inzet zou moeten zijn dat leerlingen kansen geboden worden, en niet onthouden.

Reageren?

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.