Contact met achterban in de medezeggenschap: formele en functionele relatie

Als lid van de medezeggenschapsraad (MR) van een school heb je een vertegenwoordigende functie. Je bent de gesprekspartner voor het schoolbestuur namens een achterban en hoort in die positie op te komen voor de belangen van je achterban. Maar wie is eigenlijk die achterban? Wat is de formele, wettelijke relatie van de MR met haar achterban(nen)? Wat verwacht de wet precies van de MR aan contact met de achterban? En welke middelen geeft ze haar daarvoor? Naast formele eisen zijn er functionele redenen te bedenken om contact te zoeken met je achterban. Het kan het doel van je MR dienen en een instrument zijn om dat doel te bereiken.

Wat is een achterban?

Het Van Dale woordenboek omschrijft ‘achterban’ als: “de massa van de leden, kiezers enz.”. De Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) onderscheidt drie verschillende ‘massa’s’, geledingen genoemd: personeel, ouders en leerlingen. Deze geledingen kennen ze, ieder vanuit hun eigen rol binnen de school, verschillende rechten en plichten op het gebied van medezeggenschap toe. De medezeggenschap binnen het onderwijs kent niet één maar drie achterbannen dus. Jouw specifieke achterban is ‘de massa’ van de geleding waar jij uit voort komt.

Deze onderverdeling doet misschien vermoeden dat de drie achterbannen homogene groepen zijn, waarin de belangen op één lijn liggen. Dat beeld gaat in de praktijk niet altijd op. Als een voorgestelde maatregel van het schoolbestuur bijvoorbeeld verschillende gevolgen heeft voor verschillende groepen ouders, ontstaan er belangentegenstellingen. Dan heeft de oudergeleding in feite niet één maar meerdere achterbannen. Er wordt wel gezegd dat ‘de achterban’ niet bestaat, maar dat per onderwerp de achterban ontstaat. Desondanks zijn er binnen een achterban op belangrijke kenmerken best groepen te onderscheiden. Zoals (ouders van) onderbouw- en (ouders van) bovenbouwleerlingen.

De belangen van de drie geledingen

Hoe eensgezind het in de praktijk ook gaat, het is goed om onderscheid te maken tussen de belangen van de verschillende geledingen, omdat deze niet altijd gelijk lopen. De verschillende rollen van de drie geledingen kunnen verschillende belangen met zich meebrengen. Zo zijn één van de belangen van de personeelsgeleding goede arbeidsvoorwaarden. Deze belangen zullen vaak goed samengaan met het primaire belang van de oudergeleding, goed onderwijs. Een school waar goed onderwijs wordt gegeven, is waarschijnlijk ook een goede arbeidsomgeving. Maar wanneer bijvoorbeeld een verruiming van de lestijden wordt voorgesteld, kunnen die belangen ook met elkaar conflicteren. Goed zicht op waar de belangen van de verschillende geledingen liggen, maakt het dan makkelijker om tot een oplossing te komen.

Het belang van de medezeggenschap

Ook al heb je als MR lid een vertegenwoordigende rol, het belang van de MR is niet per definitie gelijk aan de optelsom van de belangen van de achterbannen. Hoe begripvol ze ook is, je achterban reageert in principe altijd vanuit zijn eigen, individuele belang. Zeker als ze heel direct met consequenties wordt geconfronteerd. Bovendien beperken de belangen van je achterban zich in de tijd tot de periode waarbinnen leerlingen op deze school zitten. Als MR-lid moet je ook oog hebben voor het algemeen belang van de school en de continuïteit van die school voor volgende generaties. De MR heeft ook zo zijn eigen taken te verrichten, zoals het bevorderen van openheid en overleg .

Op eigen titel

Alhoewel je als MR lid officieel verkozen moet worden, functioneer je als MR lid binnen de MR op eigen titel, ‘zonder last of ruggenspraak’ met je achterban. Er staat tenslotte geen organisatie of vereniging van leden achter je die jou een concrete opdracht meegeeft. Het is aan te raden om je oor te luisteren leggen, maar je bent niet verplicht elke mening van je kiezers over te nemen. Wanneer zoek je dan wel contact met je achterban?

De formele relatie met de achterban

De wet geeft medezeggenschapsraden een aantal voorschriften mee voor het onderhouden van contact met de achterban, gericht op het afleggen van verantwoording en raadpleging. Je kunt daarbij onderscheid maken tussen voorschriften voor contact met de geledingen en voor contact tussen verschillende medezeggenschapsraden onderling (bijvoorbeeld tussen MR en GMR).

Voorschriften voor contact met de geledingen:

  1. De MR doet schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden aan (o.a.) de geledingen (artikel 7 lid 3 WMS).
  2. De MR stelt de geledingen in de gelegenheid om met hem overleg te voeren over zaken die hen aangaan (artikel 7 lid 3 WMS).
  3. In het medezeggenschapsreglement wordt geregeld in welke gevallen, en op welke wijze, de MR (o.a.) de geledingen betrekt bij haar activiteiten (artikel 24 lid 1 onderdeel i WMS).
  4. De volgende besluiten mogen niet genomen worden voordat ouders geraadpleegd zijn (artikel 15 lid 3 WMS):
    • Besluiten over de overdracht van (een deel van) de school of fusie met een andere school.
    • Besluiten over beëindiging van een school of voor- of naschoolse opvang;
    • Besluiten over wijziging van de grondslag van een school;
    • Besluiten over wijziging van de onderwijstijd (onderwijsuren, vakantierooster en schooltijden).

Hoewel de wet dit laatste voorschrift niet specifiek als taak bij de MR neerlegt, ligt het voor de hand dat deze bij de raadpleging een belangrijke rol vervult.

Ook voor contact tussen medezeggenschapsraden onderling bestaan een aantal voorschriften:

  1. De MR doet ook schriftelijk verslag aan eventuele andere ingestelde raden en stelt hen in de gelegenheid om met hem overleg te voeren over zaken die hen aangaan (artikel 7 lid 3 WMS).
  2. In het medezeggenschapsreglement moet worden vastgelegd in welke gevallen en op welke wijze de MR eventueel andere ingestelde raden (o.a.) betrekt bij haar activiteiten (artikel 24 lid 1 onderdeel i WMS).
  3. In het geval van meerdere raden moet in het medezeggenschapsstatuut ook worden geregeld op welke wijze de verschillende raden elkaar en hun achterbannen informeren over hun activiteiten (artikel 22 onderdeel d WMS).

Middelen

Contact onderhouden met je achterban en informeren en raadplegen van je achterban kost uiteraard tijd, geld en inspanning. Welke middelen stelt de wet de MR daarvoor ter beschikking? De WMS regelt vooral dát MR leden tijd, ruimte en middelen worden geboden om hun taken uit te oefenen en stellen de kaders voor die tijd, ruimte en middelen vast:

  • “gebruik van de voorzieningen waarover het kan beschikken en die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft” (artikel 28 lid 1 WMS).
  • “kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de medezeggenschapsraad, scholingskosten daaronder begrepen, komen ten laste van de directie” (artikel 28 lid 2 WMS).
  • “tevens kan de directie bijdragen in de kosten voor administratieve ondersteuning van de medezeggenschapsraad.” (artikel 28 lid 5 WMS).

Hoe die ruimte en middelen er concreet uitzien en welke tijd hen voor het werk en advies- en instemmingsprocedures ter beschikking staat, moet vervolgens op de scholen zelf vastgelegd worden in medezeggenschapsstatuten en – reglementen. Deze kunnen dus ook per school verschillen.

De functionele relatie met de achterban

Afhankelijk van hoe je je rol ziet als MR lid, de noodzaak tot verbetering die je ervaart en de ambitie die je met het MR werk hebt, blijft de behoefte aan contact misschien wel bij deze formele contactmomenten. Maar voor de MR die verandering wil bereiken en invloed wil uitoefenen bestaan veel meer redenen om te investeren in de relatie met de achterban.

Legitimatie en onderhandelingspositie

Voor een MR met goed contact en draagvlak onder de achterban snijdt het mes aan meerdere kanten:

  1. Om serieus genomen te worden als gesprekspartner door het schoolbestuur moet je kennis hebben van wat er onder je achterban leeft, daar draagvlak hebben voor je rol als gesprekspartner met die directie en er ook draagvlak kunnen creëren voor eventuele besluiten van die directie. Je contacten en de kwaliteit van die contacten vormen je legitimatie als gespreks- en onderhandelingspartner.
  2. Daarnaast vormen je contacten en draagvlak onder je achterban ook een machtsmiddel op het moment dat je zelf wat bij het schoolbestuur wilt bereiken.

Input en draagvlak voor advies

Naast draagvlak levert contact met de achterban de MR ook de kennis op van wat nodig is om te komen tot kwalitatief goede en goed uitvoerbare besluiten. Je achterban vormt een bron van ervaringen, kennis en ideeën over hoe de organisatie en het onderwijs van een school anders en beter zou kunnen. Bij advies- en instemmingstrajecten is je achterban je leverancier van alternatieven en argumenten voor het onderbouwen van je reactie.

Netwerk van expertise

Ouders of leerlingen kunnen over specifieke kennis beschikken die je kunt gebruiken bij het MR werk. Je kunt hen vragen om advies te geven (een accountant laten meekijken naar de jaarrekening). Naast het binnenhalen van expertise heeft dit als voordeel dat het de betrokkenheid van de achterban met de medezeggenschap vergroot: de achterban heeft meer het gevoel dat de medezeggenschap er voor iedereen is. Het is ook een laagdrempelige manier om een bijdrage te kunnen leveren aan de medezeggenschap. Ouders of leerlingen kunnen op het onderwerp dat hen het meest ligt, bijdragen. Meer betrokkenheid van de achterban bij het werk van de MR verstevigt bovendien de positie van de MR bij het schoolbestuur door zichtbaar contact en door de kwaliteit van de vragen en adviezen.

Meer informatie

Meer informatie over de taken en de rechten van de medezeggenschapsraad is hier te vinden: www.onderwijsconsument.nl/medezeggenschapsraad.