Kwaliteit in de voorschool

Er zijn wettelijke eisen aan de kwaliteit in de voorschool. Ook zijn er landelijke kwaliteitseisen voor de kinderopvang, waar de voorscholen onder vallen. Het aantal uren, kinderen in de groep en eisen aan de medewerkers zijn hierin opgenomen. Daarnaast heeft Amsterdam een eigen kwaliteitsstandaard. De kwaliteit wordt getoetst door de GGD.

Wie bepaalt de kwaliteit in de voorschool?

De eisen voor VVE zijn vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Alle voorscholen moeten aan deze kwaliteitseisen voldoen. In 2017 zijn deze kwaliteitseisen aangepast. Een aantal nieuwe eisen is daarbij toegevoegd, zoals het taalniveau van de medewerkers. Met de harmonisatie vallen alle voorscholen verder onder dezelfde kwaliteitseisen voor de kinderopvang, die per 2018 verder zijn aangescherpt.

Algemene kwaliteitseisen

De VVE moet minimaal 10 uur per week worden aangeboden, in minimaal 4 dagdelen van 2,5 uur. Per acht kinderen moet er minimaal één medewerker zijn. In de groep mogen maximaal 16 kinderen zitten. Hierbij zijn er dus minstens twee medewerkers die de groep begeleiden. De voorschool moet een pedagogische beleidsplan hebben en een opleidingsplan voor de medewerkers.

Kwaliteitseisen aan de medewerkers

De medewerkers van de voorschool moeten hiervoor zijn opgeleid. Ze moeten minimaal een mbo vakopleiding hebben afgerond die gericht is op pedagogische vaardigheden, met tenminste één module gericht op VVE. Als de medewerker geen passende mbo opleiding heeft gedaan, moet deze aan kunnen tonen op een andere manier de kennis en vaardigheden te hebben opgedaan. De medewerkers moet minimaal taalniveau 3F hebben. Naast de kwaliteitseisen die specifiek zijn voor VVE, zijn ook de (aangescherpte) kwaliteitseisen voor de kinderopvang van toepassing op de voorschool. Per 1 januari 2019 moet er op iedere locatie ook een hbo-geschoolde medewerker ingezet worden. Op veel locaties gebeurt dat nu al.

Amsterdamse kwaliteitsstandaard

In Amsterdam wordt, naast de wettelijke kwaliteitseisen, ook met een eigen kwaliteitsstandaard gewerkt voor peutervoorzieningen. Zo faciliteert de gemeente, in samenwerking met o.a. het ROC van Amsterdam, een pakket van nascholing dat specifiek gericht is op werken met peuters. Ook heeft de gemeente erin geïnvesteerd dat er nu al een hbo-er beschikbaar kan zijn voor iedere groep om te coachen of mee te werken op de groep. In een profiel wordt duidelijk wat de werkwijze is die in iedere peutervoorziening de Amsterdamse standaard zou moeten zijn. Verder is er een apart waarderingskader voor de voorscholen.

Toetsing van de kwaliteit in de voorschool

De kwaliteit van de voorscholen, net als alle kinderopvangorganisaties, wordt getoetst door de GGD. De GGD toetst daarbij op de wettelijke kwaliteitseisen en op de Amsterdamse criteria. Alle locaties van voorscholen krijgen jaarlijks een onaangekondigd bezoek van de GGD om de kwaliteit te toetsen. Daarnaast krijgen alle organisaties jaarlijks een aangekondigd onderzoek om te kijken naar het profiel van de organisatie. De focus hierbij ligt op de implementatie van het beleid van de organisatie. Bij ongeveer een derde van de organisaties vindt een verdiepend onderzoek plaats. De selectie hiervan is een combinatie van organisaties waar zaken niet (volledig) op orde waren bij een eerdere inspectie, en een steekproef uit de andere organisaties. Bij dit onderzoek wordt vooral gekeken naar de uitvoering in de groepen om te kijken of het kwaliteitsniveau goed is. De rapportages van de GGD kunnen in het Landelijk Register Kinderopvang per voorschool en kinderopvangorganisatie worden bekeken