Statuten stichting OCO

NAAM, ZETEL EN DUUR

ARTIKEL 1

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Onderwijs Consumenten Organisatie. Zij kan als afkorting gebruiken: OCO.
  2. Zij is gevestigd te Amsterdam.

DOEL

ARTIKEL 2

  1. De stichting stelt zich ten doel: 
het behartigen van de belangen van ouders en leerlingen als onderwijsconsument in het onderwijs door middel van informatie, ondersteuning, debat en acties.
  2. De stichting heeft het maken van winst uitdrukkelijk niet ten doel.

MIDDELEN

ARTIKEL 3

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
het stichtingskapitaal, subsidies en donaties, schenkingen, erfstellingen en legaten alsmede andere verkrijgingen en baten.

BESTUUR

ARTIKEL 4

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie leden. Het bestuur bepaalt het aantal leden van het bestuur. Leden van het bestuur worden benoemd door het bestuur.
  2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een 
penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
  3. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar, waarbij het bestuur een rooster van aftreden opstelt. Een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
  4. Zodra het aantal leden van het bestuur minder dan drie bedraagt zal ten spoedigste worden overgegaan tot de vereiste benoeming(en).
  5. Indien en zolang het aantal leden van het bestuur minder dan drie bedraagt, vormen de in functie zijnde leden of vormt het enig in functie zijnde lid niettemin een rechtsgeldig bestuur.
  6. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
  7. Het bestuur kan een directiereglement vaststellen, wijzigen of opheffen, in welk directiereglement – onder meer – een taakverdeling kan worden uitgewerkt. Op de vaststelling, wijziging of opheffing van het directiereglement is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van toepassing.

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN

ARTIKEL 5

  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden te Amsterdam of indien alle bestuursleden daarmee instemmen elders.
  2. Ieder kalenderjaar wordt tenminste één vergadering gehouden.
  3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
  4. De oproeping tot de vergadering geschiedt behoudens het in lid 3 bepaalde door de voorzitter, voor zover mogelijk tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven. In geval van spoedeisendheid kan oproeping ook telefonisch plaatsvinden.
  5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
  9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen onder overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
  10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, waaronder begrepen per email of per telefax, hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.
  11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
  12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING

ARTIKEL 6

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
  3. Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

ARTIKEL 7

Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de voorzitter individueel en aan twee overige bestuurders gezamenlijk.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

ARTIKEL 8

Het bestuurslidmaatschap eindigt: door overlijden van een bestuurslid, bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, bij schriftelijke ontslagneming (bedanken), alsmede bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door degene die het lid heeft benoemd.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN

ARTIKEL 9

  1. Het boekjaar van de stichting loopt van één januari tot en met eenendertig december van hetzelfde jaar.
  2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. 
Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken binnen twee maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.
  3. Het bestuur laat de boeken der stichting onderzoeken door een externe deskundige die van zijn bevindingen aan het bestuur verslag doet.
  4. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld nadat het heeft kennis genomen van het door de externe deskundige uitgebrachte verslag.

REGLEMENT

ARTIKEL 10

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van toepassing.

RAAD VAN ADVIES

Artikel 11

  1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot de instelling van een Raad van Advies, bestaande uit één of meer leden.
  2. Het bestuur stelt de taak van een Raad van Advies vast.
  3. De leden van de Raad van Advies worden benoemd door het bestuur.
  4. De Raad van Advies heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van het bestuur over alle aangelegenheden die de taak van de Raad van Advies betreffen.
  5. Het bestuur is bevoegd leden van de Raad van Advies te ontslaan en de Raad van Advies op te heffen.
  6. De leden van de Raad van Advies genieten geen beloning voor hun 
werkzaamheden ten behoeve van de stichting.
  7. Al hetgeen de Raad van Advies verder betreft wordt zo nodig nader geregeld bij afzonderlijk reglement.

STATUTENWIJZIGING

ARTIKEL 12

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zonder dat in het bestuur enige vacature bestaat.
  2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van de vereiste notariële akte is ieder bestuurslid afzonderlijk bevoegd.

ONTBINDING EN VEREFFENING

ARTIKEL 13

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 12 lid 1 van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
  4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het daartoe bestemde register.
  5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  6. a. Een eventueel batig saldo wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
    b. Indien de stichting de status heeft van algemeen nut beogende instelling, zoals bedoeld in artikel 5b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, dan vervalt hetgeen onder a. is vermeld en geldt: een eventueel batig saldo moet worden besteed ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 5b van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen met soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.
    c. De bestemming van het batige saldo wordt, met inachtneming van hetgeen hiervoor onder a. en/of b. vermeld, vastgesteld door het bestuur bij het nemen van het besluit tot ontbinding.
  7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar.

SLOTBEPALING

Artikel 14

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.