Ombudsman vindt thuiszittende leerlingen een misstand

De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, vindt dat gemeentelijke leerplichtambtenaren zich maximaal in moeten zetten om voor ieder thuiszittend kind weer een plek op een school te krijgen. Hij zegt dat in zijn vandaag verschenen rapport Hoera! Ik ga weer naar school over leerlingen die thuiszitten. Dagelijks zitten naar schatting duizend leerlingen van het basis- of middelbaar onderwijs thuis.

Regierol leerplichtambtenaar

De Nationale ombudsman: “Ik vind het een grote misstand dat we toelaten dat er zoveel kinderen zo lang thuis zitten.” Hij concludeert dat gemeenten via de leerplichtambtenaar een doorslaggevende rol spelen bij het beperken en voorkomen van een situatie waarin een leerling langdurig thuis zit. Brenninkmeijer:

“De leerplichtambtenaar moet naast leerplicht ook inzetten op leerrecht en moet de regierol op zich nemen en bemiddelend optreden. Zijn aandacht moet gericht zijn op het zoeken naar een oplossing met alle partijen, het kind centraal stellen en de ouders erbij betrekken.”

Gemeenten moeten die rol van leerplichtambtenaren stimuleren en ondersteunen.

Achtergrond

De misstand dat leerplichtige kinderen niet naar school gaan bestaat al jaren. Dagelijks zitten 1.000 kinderen thuis en ongeveer 3.000 per jaar langer dan vier weken. Bij het vinden van een oplossing spelen verschillende partijen direct of indirect een rol: onder meer de scholen zelf, de ouders, de leerplichtambtenaren, de onderwijsconsulenten, de Inspectie voor het onderwijs, de Regionale Expertise Centra en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In de praktijk zijn inmiddels op een aantal plaatsen goede initiatieven genomen die aantonen dat een aanpak gericht op probleemoplossing en samenwerking tastbare resultaten laat zien. De ombudsman concludeert in zijn onderzoek dat constructieve samenwerking van de betrokken instanties in nauw overleg met de ouders een essentiële voorwaarde is om het kind weer op school te krijgen.

Recht op onderwijs

In de Nederlandse samenleving geldt het uitgangspunt dat iedereen mee moet en mag doen. Daarvoor is het nodig dat alle kinderen onderwijs kunnen volgen. Dat is ook een recht van ieder kind. De Nationale ombudsman vindt dat respect voor het recht op onderwijs moet blijken uit een effectieve inspanning van de overheid om alle kinderen onderwijs te laten volgen. Uit het rapport:

“Bij een kind dat problemen heeft op school kan een heel scala aan professionals en instanties betrokken zijn. De professionals hebben ieder hun eigen visie op de situatie. Die visie wordt opgetekend in het dossier en het dossier vormt de basis voor de zoektocht naar een oplossing.
Er lijkt echter niemand te zijn die uiteindelijk verantwoordelijk is voor het vinden van een oplossing voor het kind. Er bestaan inmiddels vormen van overleg, zoals de Zorgadviesteams op scholen. In een aantal gemeenten vinden rondetafelbijeenkomsten plaats over thuiszittende kinderen.
In de meeste gevallen informeren de professionals elkaar over de situatie van het kind en de ouders en over wat de beste oplossing zou zijn. Het is opvallend dat het kind zelf of zijn ouders vaak niet de gelegenheid krijgen om mee te praten en hun visie op de situatie te geven.”