Zittenblijven voorkomen door flexibeler overgangsbeleid en zomerscholen

Geplaatst door Rosalie Anstadt en Kaja Sariwating op 15 juni 2021
Jaarlijks blijft ruim vijf procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten. Dit gemiddelde ligt hoger dan in veel andere westerse landen. Ook blijkt uit onderzoek dat zittenblijven op de lange termijn vooral negatief effect heeft op de leerling. Daarom wil het ministerie van OCW het aantal zittenblijvers terugdringen. Middelbare scholen kunnen subsidie aanvragen bij de rijksoverheid om zittenblijven duurzaam te voorkomen en een lente- of zomerschool in te richten.

Veel zittenblijvers in Nederland

In Nederland blijft jaarlijks ruim vijf procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten.  Tegelijkertijd blijkt uit steeds meer wetenschappelijk onderzoek dat zittenblijven alleen op de korte termijn positief effect heeft op de leerling. Op de lange termijn verdwijnt dit positieve effect en is er zelfs sprake van een negatief effect. Zo hebben zittenblijvers meer kans om van school te wisselen of zelfs zonder diploma de school te verlaten (Bron: Zittenblijven 2020. Themaonderzoek voortgezet leren, Oberon 2020).

Sectorakkoord 2014-2017 ministerie OCW en VO-raad

Daarom stelden het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en de VO-raad (vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs) in het Sectorakkoord VO-OCW 2014-2017 gezamenlijk de ambitie op, om het aantal zittenblijvers te verminderen van 5,8 procent in 2014 naar 3,8 procent in 2020.

Maar Onderwijs in Cijfers laat zien dat deze ambitie niet is waargemaakt. Er is sinds 2016 zelfs sprake van een stijging in het aantal zittenblijvers tot bijna zes procent in 2019. 2020 vormt met 3,2 procent een trendbreuk. Dat jaar kregen namelijk meer leerlingen met tegenvallende leerresultaten door corona het voordeel van de twijfel.

Subsidie duurzame preventie zittenblijven

Zittenblijven heeft op de lange termijn vaak negatieve effecten op de leerling. Daarom zetten steeds meer vo-scholen in op het structureel voorkomen van zittenblijven. Scholen kunnen hierbij gebruik maken van de Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021-2023. De overheid stelt hier tot en met 2023 jaarlijks € 8.750.000 voor beschikbaar.

Deze subsidieregeling vervangt de eerdere Regeling Lente- en zomerscholen vo. Waar lente- en zomerscholen zittenblijvers op het laatste moment proberen bij te spijkeren, is deze nieuwe regeling vooral gericht op een structurele en preventieve aanpak van zittenblijven. Bijvoorbeeld door professionalisering van docenten, tijdige signalering van achterstanden en het vergroten van ouderbetrokkenheid (Bron: VO-raad). Maar ook door het ontwikkelen van een flexibeler schoolbeleid voor overgang en zittenblijven (Art. 4 lid 1b Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven).

Lente- of zomerschool

Binnen de nieuwe subsidieregeling kunnen scholen nog steeds een lente- of zomerschool inrichten. Maar een voorwaarde is wel dat zij daarnaast maatregelen treffen om zittenblijven duurzaam te voorkomen (Bron: rijksoverheid).

Wat is een lente- of zomerschool?

Een lente- of zomerschool is voor leerlingen die dreigen te blijven zitten op slechts één of twee vakken. Lente- en zomerscholen zijn geen aparte scholen, maar extra lesprogramma’s in de mei- en zomervakantie. Het programma biedt leerlingen een kans om alsnog over te gaan naar het volgende leerjaar, door alle leerstof van het huidige jaar te herhalen. Via een eindtoets laten de deelnemers zien of zij de geleerde stof beheersen. De school bepaalt vervolgens of een leerling overgaat.