Wat ouders zouden moeten weten

 

[caption id="attachment_12732" align="alignnone" width="450"]Spreiding risicovolle en zeer zwakke basisscholen, 2007 Spreiding risicovolle en zeer zwakke basisscholen, 2007[/caption]
OCO, de Onderwijs Consumenten Organisatie van Amsterdam, heeft op basis van gegevens van de onderwijsinspectie geïnventariseerd dat er op 29 oktober 2007 25 ‘risicovolle’ basisscholen in Amsterdam zijn. Dat zijn scholen waarvan de inspectie meent dat ze kans lopen af te glijden tot het niveau van een ‘zeer zwakke’ school, de slechtste categorie. Op dit moment zijn er vijf zeer zwakke basisscholen in Amsterdam.

OCO heeft deze gegevens gepubliceerd. De organisatie vindt dat ouders moeten weten wat er met de school aan de hand is. Zodra dat mogelijk is, wil OCO ook de excellente scholen van Amsterdam op deze plek vermelden.

OCO vindt dat er veel meer bekend moet worden over scholen. Zodat ouders en leerlingen veel meer inzicht kunnen krijgen in de prestaties van scholen en de inspanningen die scholen leveren om tot die of betere resultaten te komen.

OCO vindt ook dat scholen meer moeite moeten doen om informatie aan ouders te geven. Dat geldt voor individuele ouders en leerlingen in de periodieke gesprekken over de voortgang en de resultaten. Maar dat geldt ook voor de ouders en leerlingen als groep: er is grote behoefte bij ouders om te begrijpen wat zij van de school kunnen verwachten en scholen maken vaak niet duidelijk wat zij van de ouders verwachten. Ouder- en leerlingenbetrokkenheid begint met goede informatie en duidelijke verwachtingen.

Door middel van eigen onderzoek heeft OCO geprobeerd na te gaan welke informatie er over de basisscholen in Amsterdam beschikbaar is. Het onderzoek had drie aanleidingen:

  • het eerste debat van OCO over zeer zwakke scholen Bijspijkeren of Dichtspijkeren in mei 2007 in de Balie
  • het initiatief van het College van B&W om samen met de schoolbesturen actie te ondernemen voor verbetering van de zwakste scholen in Amsterdam en de zorgen die wethouder Buyne uitte over het verlies van talent in Amsterdam door risico’s in de schoolloopbaan. Dat laatste blijkt onder meer uit het aantal leerlingen dat niet meetelt bij de Cito-score van scholen
  • de aankondiging van de onderwijsinspectie dat het toezicht in de toekomst gewijzigd zal worden en meer op de risicovolle scholen zal worden gericht.

OCO heeft gekeken in welke stadsdelen de minder presterende scholen liggen. Daarvoor zijn alle inspectierapporten doorgenomen. In de stadsdelen Geuzenveld-Slotermeer, Noord, Zeeburg en Zuid-Oost zijn er relatief meer risicovolle of zwakke scholen dan in andere stadsdelen. Het stadsdeel met heel veel scholen, Oud Zuid, heeft niet één risicovolle of zwakke school. Qua besturen springt het openbaar onderwijs er negatief uit in Zeeburg 43%, in Noord 38% en in Zuid-Oost 29%.

En dan blijkt er een samenhang te zijn tussen risicovol/zwak en deelname aan de Cito-eindtoets. In de stadsdelen met de meeste risicovolle en zwakke scholen, Bos en Lommer, Geuzenveld-Slotermeer, Noord, Zeeburg en Zuidoost, doen ook aanzienlijk minder leerlingen mee met de Cito-toets. Leerlingen die niet meedoen met de Cito-toets hebben een leerachterstand van meer dan anderhalf jaar. De gemeente en de schoolbesturen laten op dit moment onderzoek doen naar gegevens die licht kunnen werpen op oorzaken waarom leerlingen een zo grote leerachterstand oplopen. OCO pleit ervoor dat de onderzoeksgegevens per school beschikbaar komen zodat ouders weten waar ze aan toe zijn. Nu zijn de gegevens alleen per stadsdeel openbaar.

Waarschijnlijk zijn er nog meer verbanden te leggen met onderwijskwaliteit als er meer gegevens per school beschikbaar zouden zijn, denk aan spijbelen, veiligheidsincidenten, de vraag of de school een afspiegeling is van de buurt, of specifieke wijkproblematiek. Veel van die gegevens worden verzameld door de gemeente en de schoolbesturen samen en zijn vooralsnog niet toegankelijk voor anderen. Schoolbesturen zijn begrijpelijk huiverig voor een stempel. Toch is meer openheid de enige duurzame weg die tot vertrouwen en kwaliteit leidt.

In het debat Plaatselijk kans op slecht onderwijs dat OCO op 29 oktober 2007 in De Balie organiseerde, bleek dat de onderwijsinspectie van mening is dat ook scholen zelf in hun activiteiten veel te weinig gebruik maken van beschikbare gegevens. De hoofdinspecteur voor het basisonderwijs, Leon Henkes, stelde dat scholen veel planmatiger aan de slag moeten om hun onderwijs te verbeteren:

“Een goede analyse van de beschikbare gegevens is een voorwaarde voor een goed plan zo stelde hij. Als een school de resultaten van tussentijdse toetsen goed bekijkt, komen daar direct aanwijzingen uit voort om aan te werken. Het werkt ook heel goed als zo’n plan met de ouders wordt besproken, zodat zij begrijpen wat er op school gebeurt.”

Ouders verbazen zich erover hoe weinig informatie scholen aan hen geven Soms lijkt het wel of scholen ouders nauwelijks serieus nemen, gezien de manier waarop zij informatie geven. Bij een aantal scholen onderkennen ouders ook een zekere angst om met de ouders te communiceren. Ouders zouden graag zien dat de inspectie specifieke informatie voor ouders zou verzamelen. Maar de inspectie meldde direct dat zij daar niet voor in het leven geroepen is. Toch willen ouders meer en betere informatie.

Ondanks deze klachten hebben ouders in het algemeen grote waardering voor de school. Dat is ook zichtbaar bij de sterren die ouders en leerlingen aan scholen geven op de OCO-site: Scholen krijgen gemiddeld 4 van de 5 sterren. Wethouder Henna Buyne meldde in het debat Plaatselijk kans op slecht onderwijs dat zij in de discussie met de schoolbesturen uit gaat van deze waardering, maar tegelijk pleit voor een grote mate van openheid naar de ouders.

“Zonder de ouders gaat het niet. Wij moeten zorgen voor een grote ouderbetrokkenheid, want die helpt de school.”

  • OCO pleit voor openheid van scholen – ook als het even niet uit komt
  • OCO zal zorgen voor goede instrumenten voor ouders om die openheid te helpen krijgen
  • OCO pleit ook voor openheid bij de gemeente met alle gegevens die over scholen verzameld worden.
  • OCO vindt verder dat er bij plannen voor verbetering ouders en leerlingen betrokken moeten worden om het draagvlak voor die verbeteringen te vergroten
  • En OCO blijft van mening dat er extra maatregelen nodig zijn om leerachterstanden in te lopen zoals een strippenkaart voor bijles of een kopklas of een bijspijkerklas om extra onderwijstijd te organiseren.
[caption id="attachment_13149" align="alignnone" width="200"]Plaatselijk kans op slecht onderwijs OCO-pamflet #03[/caption]