Hoe stroom ik door van vmbo naar havo?

Doorstuderen vergroot je kansen op de arbeidsmarkt. Jaarlijks stromen er in Nederland dan ook 7000 leerlingen vanuit het vmbo door naar het havo. Het havo bereidt leerlingen voor op een opleiding in het hoger onderwijs. Het havo is niet voor iedere vmbo-leerling geschikt. De havo-scholen hebben doorgaans een aantal toelatingsregels voor het doorstromen naar het havo na het behalen van een vmbo-diploma. Er wordt gewerkt aan nieuwe regels waardoor vmbo’ers recht hebben om door te stromen, maar dat duurt nog even. Tot op heden zijn scholen vrij in het stellen van toelatingseisen.

Vmbo geen vooropleiding voor havo

Het vmbo bereidt leerlingen in principe voor op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Voor leerlingen die de leerweg Theoretische leerweg en Gemengde leerweg volgen, bestaat de mogelijkheid om na het diploma door te stromen naar het havo. Havo- en vmbo-scholen werken samen om potentiële leerlingen en hun ouders goed te informeren over de aansluiting op het havo en eventuele obstakels. Het havo is namelijk niet voor elke leerling geschikt. Havo-scholen hebben dan ook een toelatingsbeleid voor doorstromers vanuit het vmbo.

Regels voor doorstromen op je eigen school? Kijk in de schoolgids!

Er bestaat geen wettelijke regeling voor de overgang van vmbo naar havo. De regels omtrent doorstromen worden door de school zelf opgesteld. De medezeggenschapsraad praat hier wel over mee. Ben je van plan om door te stromen? Lees dan zo vroeg mogelijk, het liefst al in de onderbouw, hoe dit op jouw eigen school is geregeld.

De 6,8 als keiharde eis

Vroeger hadden alle Nederlandse scholen de afspraak om maximaal een 6,8 als eindcijfer van leerlingen te eisen. Dat kwam doordat de verschillen in toelatingseisen tussen scholen te groot werden. Sinds het schooljaar 2016/2017 mogen scholen weer zelf hun beleid bepalen. Veel scholen hanteren nog steeds de 6,8 als eis. In theorie mogen scholen het zelf bepalen. Het kan dus een lager, hoger of zelfs helemaal geen gemiddeld eindcijfer als eis zijn.

De school beslist

Naast een gemiddeld eindexamencijfer kunnen scholen bijvoorbeeld een intake-gesprek organiseren of leerlingen vragen om een motivatiebrief te schrijven. De precieze regels voor doorstromen op jouw eigen school of de school waar je misschien naartoe wilt kan je terugvinden in de schoolgids of op de website van de school. De school beslist over de toelating én hoeveel begeleiding vmbo’ers krijgen die doorstromen.

Wettelijk doorstroomrecht

In november 2016 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waardoor vmbo’ers (Theoretische leerweg en Gemengde leerweg) het recht hebben om door te stromen naar het havo. Scholen mogen geen aanvullende voorwaarden stellen, mits een leerling met succes zijn vmbo-examen heeft behaald. Het doorstroomrecht wordt nog uitgewerkt. Naar verwachting geldt het wettelijk doorstroomrecht voor leerlingen die per schooljaar 2019-2020 de overstap maken van het vmbo naar het havo.

Beroepskansen van het havo

Zowel havo als vmbo leiden op tot een beroepsopleiding. Het havo bereidt leerlingen voor op een opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo). Doorstuderen vergroot je kansen op de arbeidsmarkt, dat wijzen de cijfers uit: 84% van de afgestudeerde hbo’ers tussen de 25 en 64 jaar heeft een baan; 77% van de afgestudeerde mbo’ers heeft een baan; 62% van alle mensen met een diploma vmbo of mbo-1 is werkzaam.

Cijfers doorstroom en slagingspercentage havo

In het schooljaar 2011-2012 stroomden 7276 leerlingen door naar het havo na het afronden van het vmbo. In Amsterdam waren dat 206 leerlingen. Dit zijn de meest recente cijfers. Het slagingspercentage op het havo ligt lager ten opzichte van het vwo en het vmbo. Jaarlijks zakt tussen de 3% en 4% van de eindexamendeelnemers in het vmbo. Dit percentage ligt op 5% in het vwo. Het percentage dat zakt voor het havo-eindexamen is 7%. Het is niet duidelijk of dit komt door de instroom vanuit het vmbo. Alle percentages zijn constant, gezien over de afgelopen jaren.

[1] Cijfers over arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking (leeftijd 25-64 jaar) zijn gebruikt. Bron: ‘Kerncijfers 2008-2012’, OCW.