Voorlezen aan je baby: leerzaam en plezierig!

Geplaatst door Rosalie Anstadt op 15 juni 2022
Lees jij je baby vaak voor? Heel goed! Uit onderzoek blijkt namelijk dat ook de allerjongste kinderen hier veel van opsteken. Ze leren nieuwe woorden, raken gewend aan boeken en ervaren dat lezen leuk is. Daar hebben ze de rest van hun leven voordeel van. Het geeft ze een grote voorsprong bij leren lezen en verhaalbegrip op de basisschool. Bovendien lopen ze minder kans op dyslexie of andere leesproblemen. Je kunt baby’s al vanaf de geboorte voorlezen. Tot drie maanden is het vooral goed om tegen baby’s te praten en te zingen tijdens het voorlezen. Vanaf zeven maanden kun je plaatjes aanwijzen en benoemen. Op die manier leren baby’s nieuwe woorden begrijpen. Vanaf één jaar kun je korte verhaaltjes voorlezen, bijvoorbeeld van Nijntje of Dribbel. Als je moeite hebt met voorlezen kun je hulp vragen aan de VoorleesExpress of het Ouder- en Kind Team in de buurt. Is je baby erg druk of kijkt hij steeds weg van het boek? Lees dan eens voor als hij in bad zit. Of laat hem zelf boekjes pakken uit de kast en hiermee spelen.

In dit artikel vind je antwoord op tien veelgestelde vragen over voorlezen aan je baby.

    1. Welke boekjes zijn goed voor mijn baby?
    2. Waar vind ik leuke boekjes?
    3. Hoe vaak en hoe lang moet ik voorlezen?
    4. Hoe moet ik mijn baby voorlezen?
    5. Waarom is het belangrijk dat ik mijn baby voorlees?
    6. Mijn baby kan nog helemaal niet praten, dan heeft voorlezen toch geen zin?
    7. Is het slecht om in twee of meer talen voor te lezen?
    8. Wie kan mij helpen bij het voorlezen?
    9. Mijn baby is zo druk, hoe kan ik hem toch voorlezen?
    10. Mijn baby vindt voorlezen stom, wat kan ik doen?

1. Welke boekjes zijn goed voor mijn baby?

Welke boekjes geschikt zijn hangt af van de leeftijd van jouw baby. Een pasgeborene ziet nog geen verschil tussen een prentenboek, een boek voor volwassenen of een tijdschrift. Op deze jonge leeftijd is het vooral belangrijk dat je levendig vertelt, rijmt en zingt. Maar een baby van zeven maanden herkent wel kinderboeken en plaatjes en is er dol op als boekjes geluid maken of knisperen. Hieronder staan boekentips per leeftijd.

Tip: Lees regelmatig uit dezelfde boeken voor. Door herhaling leren kinderen meer woorden en ontwikkelen ze een diepergaande kennis van woorden.

0-3 maanden

Jonge baby’s kijken graag naar plaatjes met veel contrast: zwart-wit, felle kleuren en donkere contouren. Zo ontwikkelen zij hun visuele waarneming (zien). Vertel, rijm en zing erbij.

Boekentips:

      • Baby ziet… Kijkboek met spiegeltje (Chez Picthall)
      • BORA in de dierentuin (Deborah van de Leijgraaf)

3-8 maanden

Kies voor boeken die de zintuigen (zien, horen en voelen) prikkelen, zoals knisperboekjes. Dit zijn stoffen boekjes waarvan de pagina’s een knisperend geluid maken. Maar ook voelboekjes met verschillende stoffen en materialen en boekjes met geluid zijn aanraders. En kartonnen boekjes met flapjes die je omhoog kunt doen en waar dan een ander plaatje onder zit. Vanaf ongeveer acht maanden openen baby’s de flapjes graag zelf.

Boekentips:

      • Nijntje in dromeland, knisperboekje (Dick Bruna)
      • Baby voelboekje boerderijdieren (Dawn Sirett)
      • Baby’s allereerste speel- en voelboekje Kiekeboe (Usborne Publishers)
      • De natuur, geluidenboekje (Marion Billet)

8-12 maanden

Kies voor boeken met herkenbare plaatjes van bijvoorbeeld dieren, auto’s, eten, kleding en speelgoed. Wijs het plaatje aan en benoem het. Zo leren baby’s nieuwe woorden.

Boekentips:

      • Mijn eerste kijk- en woordenboek: 100 dieren (Veltman Uitgevers)
      • Mijn eerste 100 woorden (Roger Priddy)
      • Nijntje aanwijsboek (Dick Bruna)
      • Rupsje Nooitgenoeg 100 eerste woordjes (Eric Carle)

1-2 jaar

Vanaf één jaar kunnen dreumesen korte, simpele verhaaltjes begrijpen. Denk aan Nijntje of Dribbel. Hoe vaker je voorleest, hoe meer nieuwe woorden en korte zinnen je baby leert.

Boekentips:

      • Nijntje vliegt (Dick Bruna)
      • Dribbel bij opa en oma (Eric Hill)
      • Mijn mama & ik (Liesbet Slegers)
      • Kom je spelen? (Mercis Publishing).

2. Waar vind ik leuke boekjes?

Je kunt kinderboeken lenen bij de bibliotheek of kopen in een (boek)winkel. Maar je kunt natuurlijk ook aan vrienden en familie vragen of zij leuke boekjes te leen hebben. Veel kringloopwinkels hebben kinderboeken in hun assortiment. Of struin rond op Marktplaats, Vintedof Boekwinkeltjes.nl.

TIP: Als je baby ongeveer drie maanden is, krijg je van de gemeente een waardebon voor het BoekStartkoffertje. Hier zitten ook leuke kinderboeken in. Ga met de bon naar de openbare bibliotheek bij jou in de buurt, maak je baby lid en ontvang het gratis koffertje.

Boekwinkels in Amsterdam

Noord

Boekhandel van Noord, Buikslotermeerplein 70

Oost

Boekhandel van Pampus, C. van Eesterenlaan 17

Zuidoost

Athenaeum, Bijlmerplein 1009

Zuid

Van Rossum, Beethovenstraat 30-32

Casperle Kinderboekenwinkel, Sarphatipark 99

West

De Nieuwe Boekhandel, Bos en Lommerweg 227

Hoogstins-Libris, Kinkerstraat 117

Centrum

De Kinderboekenwinkel, Rozengracht 34

Scheltema, Rokin 9


3. Hoe vaak en hoe lang moet ik voorlezen?

Lees je baby iedere dag voor. Het liefst meerdere keren, bijvoorbeeld: ’s ochtends na het ontbijt, vóór het middagslaapje en voor het slapengaan in de avond. Je hoeft niet lang voor te lezen. Voor een baby van drie maanden is een paar minuten zelfs al voldoende. Een baby van tien maanden kun je gerust wat langer voorlezen, bijvoorbeeld vijf minuten per keer.

Natuurlijk is ieder kind anders. Daarom is het belangrijk om goed je kind tijdens het voorlezen te observeren. Is je baby nog rustig en geconcentreerd? Dan kun je misschien nog een boekje voorlezen. Maar is je kind moe en kijkt het steeds weg,  dan probeer je het beter later op de dag nog eens.

Richtlijnen voorleestijd per leeftijd

      • 0-3 maanden: drie keer per dag een paar minuten
      • 3-8 maanden: drie keer per dag vijf minuten
      • 8-12 maanden: drie keer per dag vijf à tien minuten
      • 1-2 jaar: drie keer per dag tien à vijftien minuten

Peuters die dagelijks vijftien minuten worden voorgelezen hebben op de basisschool en middelbare school een voorsprong bij taal en rekenen. Dit geldt ook voor hun sociaal-emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling (Bron: Milennium Cohort Study: 2010).


4. Hoe moet ik mijn baby voorlezen?

Hoe je je baby voorleest, hangt af van de leeftijd. Een pasgeboren baby lees je op een andere manier voor dan een baby van elf maanden. Wat wel voor alle leeftijden geldt: zorg voor een rustige omgeving, neem je baby dicht bij je en maak tijdens het voorlezen contact. Hieronder staan voorleestips per leeftijd.

0-3 maanden

Neem je baby op schoot en hou het boekje stil. Geef je baby de kans zo lang naar een plaatje te kijken als hij wil. Het gaat niet om het bladeren en steeds iets anders laten zien. Maak oogcontact terwijl je tegen je baby praat en voor hem rijmt en zingt. Laat je baby genieten van het lichamelijke contact en jouw stem.

3-8 maanden

Neem je baby op schoot of ga naast hem liggen of zitten. Laat je baby zelf het boekje ontdekken. Misschien kan hij het boekje zelf al vasthouden en sabbelt hij eraan? Of misschien gaat hij erin knijpen of mee zwaaien? Dat is allemaal goed. Op die manier ontdekt hij de vorm en het materiaal van het boek.

Je baby krijgt steeds meer interesse voor plaatjes, maar zal nog niet alles herkennen. Kijkt je kind naar een plaatje? Wijs het dan aan en zeg wat het is. Je kunt er ook geluiden of bewegingen bij maken. Dit is bijvoorbeeld leuk bij dierenboekjes.

In dit filmpje van de bibliotheek Eindhoven laat mediacoach Nicole zien hoe zij een baby voorleest.

8-12 maanden

Inmiddels weet je baby wat een boek is en wat je ermee kunt doen: bladzijdes omslaan, plaatjes aanwijzen en vertellen. Baby’s tussen de acht en twaalf maanden vinden het erg leuk om dit zelf te doen. Vaak hebben ze een boek snel ‘uit’ en pakken ze alweer een nieuw boek. Zorg ervoor dat je baby hier zelf bij kan.

Laat je baby ook plaatjes aanwijzen. Of help hem hierbij door zijn vinger te pakken en iets aan te wijzen. Misschien kan hij ook al wat plaatjes benoemen? Of dierengeluiden nadoen? Bijvoorbeeld ‘boe’ bij het plaatje van een koe. Of ‘tok’ bij het plaatje van een kip. Reageer enthousiast als je kind een woordje zegt of een geluid maakt. Op die manier stimuleer je hem hiermee door te gaan.

1-2 jaar

Vanaf één jaar krijgen kinderen meer interesse voor de inhoud van een boek. Ze slaan de bladzijden om en kunnen soms aandachtig naar de plaatjes kijken. Boekjes voor kinderen tussen de één en twee jaar bevatten behalve plaatjes vaak ook korte verhalen met zinnen. Bijvoorbeeld een verhaal over een kindje dat naar de boerderij gaat. Of een kindje dat leert plassen op een potje. Omdat kinderen nu wat meer aandacht en concentratie hebben kun je de tekst voorlezen en praten over de afbeeldingen. Stel ook vragen aan je kind, zoals: waar is het potje? Of: wat zegt de poes?

Bron: ‘Taalstimulering door voorlezen. Verdiepend materiaal bij de e-learningmodule voor jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en verpleegkundig specialisten’ (Stichting Lezen, oktober 2017).


5. Waarom is het belangrijk dat ik mijn baby voorlees?

Het is belangrijk om je baby regelmatig voor te lezen omdat hij hier veel van leert, zoals:

      • nieuwe woorden;
      • boekentaal (taal die je meestal niet gebruikt in een gesprek, zoals de zin: en ze leefden nog lang en gelukkig);
      • hoe verhalen zijn opgebouwd (begin, midden, eind);
      • een vaste voorleesroutine (lezen hoort erbij, net als spelen en eten);
      • plezier beleven aan boeken en verhalen (plezier in lezen leidt tot betere leesprestaties op de basisschool).

Baby’s leren zelfs meer taal van voorlezen dan van praten tijdens spelen en eten. Dit komt omdat ouder en kind makkelijker praten en vertellen als ze samen een boekje lezen.

Onderzoek Universiteit van Iowa

Uit onderzoek van Julie Gros-Louis van de Universiteit van Iowa blijkt bijvoorbeeld dat eenjarige baby’s veel meer brabbelen tijdens voorlezen dan tijdens het spelen met een pop of ander speelgoed. Bovendien bestaan hun klanken tijdens het voorlezen vaker uit een klinker en een medeklinker, zodat dit meer op ‘echte taal’ lijkt. Zoals: ‘ba’, ‘boe’ of ‘die’. Hierdoor zijn ouders sneller geneigd om op het brabbelen van hun baby te reageren, wat meer contact geeft tussen ouder en kind.

Ook ouders zijn geneigd meer te praten, te imiteren en plaatjes te benoemen tijdens voorlezen dan tijdens een rollenspel met poppen of ander speelgoed. Tot slot horen kinderen meer onbekende woorden en langere zinnen tijdens voorlezen dan tijdens spelen. Zo leidt voorlezen tot meer taalproductie en interacties.

Langdurige positieve effecten van voorlezen

De positieve effecten van dagelijks voorlezen zijn bovendien langdurig. Uit meerdere onderzoeken blijkt namelijk dat kinderen die als baby, peuter en kleuter veel zijn voorgelezen op:

      • driejarige leeftijd een betere concentratie hebben, meer interesse tonen in boeken en actiever betrokken zijn tijdens het voorlezen;
      • vijfjarige leeftijd verder zijn in taal en rekenen dan leeftijdsgenoten die niet zijn voorgelezen;
      • zevenjarige leeftijd beter zijn in lezen, taal en rekenen dan leeftijdsgenoten die niet zijn voorgelezen;
      • elfjarige leeftijd beter zijn in schrijven, begrijpend lezen en rekenen dan leeftijdsgenoten die niet zijn voorgelezen;
      • de middelbare school een leesvoorsprong hebben van een half jaar op leeftijdsgenoten die niet zijn voorgelezen.

Bron: Kees Broekhof en Maryse Nijhof -Broek, ‘Meer voorlezen, beter in taal. Effecten van voorlezen op taalontwikkeling’ (september 2017).

Tip: Blijf ook je peuter en kleuter dagelijks voorlezen. Zo  lopen kinderen minder kans op leesproblemen en dyslexie op latere leeftijd.

Onderzoek naar woordenschatontwikkeling bij voorlezen

Onderzoekster Heleen van den Berg heeft onderzoek gedaan naar de woordenschatontwikkeling van baby’s. Zij vergeleek baby’s die al met acht maanden werden voorgelezen met baby’s die niet werden voorgelezen. Op de leeftijd van vijftien maanden kenden de kinderen die wel werden voorgelezen beduidend meer woorden dan de kinderen die niet werden voorgelezen. Op de leeftijd van tweeëntwintig maanden was het effect van voorlezen zelfs nog toegenomen. Bovendien hadden drukke baby’s extra voordeel van voorlezen, omdat het zorgt voor rust en een betere interactie tussen ouder en kind.

Bron: Kees Broekhof en Maryse Nijhof -Broek, ‘Meer voorlezen, beter in taal. Effecten van voorlezen op taalontwikkeling’ (september 2017).


6. Mijn baby kan nog helemaal niet praten, dan heeft voorlezen toch geen zin?

Jawel, het is juist heel goed om voor te lezen aan baby’s die nog niet kunnen praten. Zij leren namelijk veel nieuwe woorden kennen. Dat ze de woorden nog niet kunnen nazeggen, betekent niet dat ze het niet begrijpen. Let maar eens op de lichaamstaal van je baby tijdens het voorlezen. Misschien gaat hij wel lachen en trappelen met z’n beentjes als hij het plaatje van een hond ziet en jij ‘woef’ zegt. Dit kan betekenen dat hij het plaatje herkent.

Daarnaast leren ook jonge baby’s die nog niet kunnen praten dat voorlezen leuk is en erbij hoort, net als in bad gaan, boodschappen doen en samen eten. Als zij op jonge leeftijd goede ervaringen hebben met voorlezen, hebben zij daar de rest van hun leven plezier van.


7. Is het slecht om in twee of meer talen voor te lezen?

Nee, het is juist goed voor de taalontwikkeling van je kind. Kinderen die in meerdere talen worden voorgelezen:

      • hebben meer bewuste en onbewuste kennis over taal dan kinderen die in één taal worden voorgelezen. Zo begrijpen zij al op jonge leeftijd dat taal eigenlijk niet veel meer is dan een aantal afspraken, die net zo goed anders hadden kunnen uitpakken. In het Nederlands zeggen we bijvoorbeeld: ik heb honger. En in het Engels: I am hungry (letterlijk vertaald: ik ben hongerig);
      • kunnen makkelijker overschakelen van de ene taak naar de andere. In taal moeten ze namelijk ook steeds schakelen. Hierdoor zijn zij vaak flexibeler dan kinderen die maar één taal beheersen.

Ouders die kinderen in meerdere talen voorlezen hoeven niet bang te zijn dat dit verwarrend is voor hun kind. Bovendien staat voorlezen in de eigen taal de ontwikkeling van het Nederlands niet in de weg.

Het is wel het meest effectief als ouders voorlezen in de taal die zij zelf het best beheersen. Voorlezen en praten over de tekst gaat dan namelijk veel beter. Bovendien biedt de ouder met de taal die zij/hij vloeiend spreekt een beter ‘model’ voor de taalontwikkeling van het kind. Als het kind veel woorden en begrippen leert in zijn eerste taal, zal het op de (voor)school de Nederlandse definitie van deze woorden snel leren. De betekenis is dan immers al bekend; het kind hoeft alleen nog het Nederlandse ‘label’ voor het woord te leren.

Als een kind bijvoorbeeld de namen van boerderijdieren in het Engels kent en weet welk geluid ze maken, leren ze op de crèche of voorschool sneller de Nederlandse woorden voor die dieren kennen.

Bron: ‘Kwestie van lezen. Voorlezen stimuleren in meertalige gezinnen’ (Stichting lezen, 2013).


8. Wie kan mij helpen bij het voorlezen?

Vind je het moeilijk om je baby voor te lezen? Bijvoorbeeld omdat je zelf niet goed kunt lezen? Of omdat je nog nooit hebt voorgelezen? Dan kun je hulp vragen bij de volgende organisaties:

Een goed alternatief voor papieren (prenten)boeken zijn digitale prentenboeken die je online kunt vinden. Bij zo’n digitaal prentenboek leest een stem het verhaal voor en worden de bladzijdes automatisch omgeslagen. Je neemt je baby op schoot en kijkt er samen naar. Handig als je zelf niet goed kunt voorlezen! Of als je wilt dat je kind in het Nederlands wordt voorgelezen terwijl je die taal zelf niet vloeiend spreekt.

Er zijn ook interactieve, digitale prentenboeken waarbij je zelf op plaatjes en bladzijdes klikt en het voorleestempo bepaalt. Websites met een groot aanbod aan digitale prentenboeken zijn onder andere:


9. Mijn baby is zo druk, hoe kan ik hem toch voorlezen?

Baby’s en peuters zijn vaak druk en bewegelijk en zitten niet lange tijd stil. Dit is best lastig als je een boekje wilt voorlezen. Hieronder staan tips van andere ouders over hoe je toch aan drukke kinderen kunt voorlezen:

      • Lees voor terwijl je kindje in bad zit, er zijn ook speciale badboekjes die nat kunnen worden.
      • Laat je kind kruipen of staan terwijl je voorleest, zorg er wel voor dat hij de plaatjes kan zien.
      • Zing tijdens het voorlezen ook af en toe een liedje, waarmee je de aandacht van je kind trekt.
      • Herhaal vaak de boekjes waar je kind enthousiast op reageert, van herhaling leren ze bovendien het meest.
      • Zorg voor voorspelbaarheid: lees voor op een vaste plek en een vast moment. Bijvoorbeeld in de slaapkamer voor het slapengaan.
      • Leg boekjes op een kleed op de grond en laat je kind de boekjes zelf ontdekken. Als het uit zichzelf een boekje pakt kun je het samen lezen.
      • Heeft je kind geen aandacht voor het verhaal, maar wil het gewoon met een boekje spelen? Laat dit dan toe. Ook door spelen met boekjes, zoals bladzijdes omslaan en eraan sabbelen, leert een kind en raakt het vertrouwd met boeken.

10. Mijn baby vindt voorlezen stom, wat kan ik doen?

Draait je baby steeds zijn hoofd weg als je wilt voorlezen? Of begint hij te huilen? Dan lijkt het misschien alsof je baby voorlezen stom vindt. Maar meestal zijn dit tekenen van vermoeidheid of te veel prikkels. Zorg daarom voor een goede voorleesroutine:

      • kies een geschikt moment uit waarop je baby genoeg energie heeft;
      • ga op een rustige plek zitten, waarbij je niet gestoord wordt door de telefoon of televisie;
      • kies een boekje dat goed bij de leeftijd past.

Lukt het niet? Leg het boekje dan weg en probeer het later nog eens. Bijvoorbeeld na het middagdutje. Hoe jonger je begint met voorlezen en het aanleren van een vaste voorleesroutine, hoe meer je kind ervan leert en hoe groter het leesplezier.