Hoe krijg ik mijn kind aan het lezen?

Geplaatst door Rosalie Anstadt op 27 augustus 2020
Leesplezier en leesvaardigheid gaan hand in hand. Een goede lezer vindt lezen vaak leuk. Daarom leest hij regelmatig boeken en teksten, waardoor hij steeds beter leest. Het omgekeerde geldt voor een minder vaardige lezer: lezen gaat moeizaam, daarom vindt hij lezen minder leuk en leest hij minder vaak. Hierdoor blijven zijn leesvaardigheden achter. Bij jongens en meisjes neemt het leesplezier af naarmate zij ouder worden omdat de teksten moeilijker worden en lezen steeds meer een verplichte activiteit wordt. Ouders en leerkrachten kunnen het leesplezier bij kinderen vergoten door veel voor te lezen. Ook voldoende tijd en ruimte voor ‘vrij lezen’ in de klas vergroot de leesmotivatie. Daarnaast is het nuttig als zowel ouders als leerkracht de leesontwikkeling van het kind volgen en elkaar hiervan op de hoogte houden.

Leesplezier en leesvaardigheid

Leesplezier en leesvaardigheid staan nauw met elkaar in verband. Een vaardige lezer vindt lezen doorgaans leuk. Daarom leest hij regelmatig boeken en teksten, waardoor hij zijn leesvaardigheid verder verbetert. Het omgekeerde geldt voor een minder vaardige lezer: lezen gaat moeizaam, daarom vindt de lezer lezen minder leuk en leest hij minder vaak. Hierdoor blijven zijn leesvaardigheden achter.

De resultaten uit de internationaal vergelijkende onderzoeken PIRLS-2016 en PISA-2018 bevestigen het verband tussen leesplezier en leesvaardigheid. Uit PIRLS-2016 blijkt dat Nederlandse tienjarigen die lezen leuk vinden hogere leesscores behalen dan leerlingen die lezen enigszins of niet leuk vinden. Bijna een derde van de tienjarige Nederlandse leerlingen vindt lezen niet leuk. Dit is, samen met België (Vlaanderen) en Zweden, de laagste score van de deelnemende landen.

De resultaten uit PISA-2018 laten zien dat bijna de helft van de vijftienjarige Nederlandse leerlingen lezen tijdverspilling vindt. Van alle deelnemende OECD-landen hebben Nederlandse vijftienjarigen het minste leesplezier en staan daarmee op plek 78 in de ranglijst. Bovendien presteert een kwart van de vijftienjarigen onder niveau 2. Dit houdt in dat zij onvoldoende leesvaardig zijn om als mondige burger in de huidige samenleving te participeren.

Waarom daalt het leesplezier naarmate kinderen ouder worden?

Bij zowel jongens als meisjes neemt het leesplezier af naarmate ze ouder worden. Het is niet duidelijk vanaf welke leeftijd de daling precies inzet. Sommige onderzoeken laten zien dat het leesplezier vanaf groep 3 afneemt, terwijl andere onderzoeken pas vanaf groep 6 een daling signaleren. Waar wel overeenstemming over bestaat is dat de daling zich na de basisschool voortzet.

Er worden twee mogelijke oorzaken voor het dalende leesplezier genoemd:

  • De teksten die leerlingen op school krijgen worden vanaf groep 4 ieder jaar complexer en abstracter. Hierdoor stijgt de kans dat leerlingen negatieve leeservaringen opdoen: ze snappen een tekst niet en raken hierdoor onzeker en/of gefrustreerd. Met name de minder vaardige lezers krijgen minder plezier in lezen;
  • Er vindt een verschuiving plaats van ‘vrijwillig lezen’ naar ‘verplicht lezen’. Naarmate kinderen ouder worden, moeten ze vaker verplicht een boek lezen voor school. Vervolgens moeten ze hier een presentatie over gegeven of een verslag over schrijven. Ook mogen ze minder vaak zelf een boek uitkiezen om te lezen. Omdat uit onderzoek blijkt dat ‘vrij lezen’ juist positief bijdraagt aan leesplezier onder kinderen, besteden steeds meer basisscholen hier tijd aan. Het aantal leerlingen dat dagelijks in de klas, gemiddeld een kwartier, ‘vrij leest’ is van vijfenveertig procent in 2001 gegroeid naar zevenentachtig procent is 2017.

Tips voor ouders om leesplezier te vergoten

Ouders hebben de grootste invloed op het leesgedrag- en plezier van hun kind. Hieronder staat een aantal tips om dit gedrag positief te beïnvloeden.  

  • Van jongs af aan voorlezen: ouders kunnen het leesgedrag van hun kind positief beïnvloeden door het al vanaf een paar maanden oud voor te lezen. Bij dreumesen (tot tweeënhalf jaar) gaat het vooral om korte verhaaltjes en ‘labelen’: plaatjes in boeken aanwijzen, benoemen en bespreken. Peuters en kleuters begrijpen al wat complexere, langere verhalen. Voor hen is het bovendien leerzaam om een dialoog over het boek aan te gaan. Stel je kind vragen over het verhaal en laat je kind voorspellen hoe het verder gaat: wie woont er in het hol? Waarom is de haas verdrietig? Wie komt hem helpen? Denk je dat dat gaat lukken? Op de website van Boekstart staan meer (voorlees)tips en informatie voor ouders van kinderen tussen de nul en vier jaar;
  • Samen lezen: als een kind in de fase zit waarin het zelf leert lezen, in groep 2 of 3, kun je als ouder tijdens het voorlezen af en toe de tekst aanwijzen zodat het kind kan meelezen. Daarnaast kan het kind zelf stukjes voorlezen om te oefenen. Theaterleesboeken – boeken waarbij twee lezers afwisselend een passage hardop voorlezen en zo een soort toneelstuk opvoeren – zijn hiervoor bij uitstek geschikt. Op de website Leesletters staat meer informatie over theaterlezen. Ook hebben zij een webshop met theaterboeken voor kinderen tussen de zes en dertien jaar oud;
  • Stop niet met voorlezen zodra het kind zelf kan lezen. Onderzoek toont namelijk aan dat het goed is voor de taalontwikkeling om ook oudere kinderen die al zelf kunnen lezen regelmatig voor te lezen. Zo kan dit de woordenschat van het kind vergroten. Ook kun je zware thema’s bespreekbaar maken, zoals pesten of het sterven van een grootouder. Bovendien lopen de interesses van kinderen niet altijd synchroon met hun leesniveau. Dit geldt vooral voor beginnende lezers. Zo zijn de verhaallijnen op AVI-niveau M3 vaak erg eenvoudig. Sommige kinderen vinden dit saai en dat is niet bevorderlijk voor het leesplezier. Ouders kunnen hierop inspelen door complexere verhalen voor te lezen waar het kind qua leesvaardigheid nog niet aan toe is;
  • Geef het goede voorbeeld: ouders beïnvloeden het leesgedrag van hun kind – veelal onbewust – door zelf veel te lezen. Kinderen nemen dit namelijk waar als ‘kennelijk’ gewenst gedrag en spiegelen zich hieraan. Houd je van lezen, maar kom je hier (te) weinig aan toe? Wees je hier dan van bewust. Probeer wat vaker je telefoon of laptop weg te leggen en pak een boek;
  • Onderneem verschillende leesactiviteiten. Onderzoek toont aan dat – naast voorlezen – praten over boeken, boeken cadeau geven en een bezoek aan de boekhandel en bibliotheek het leesgedrag en de leesmotivatie stimuleren;
  • Tot slot: laat je kind zelf boeken uitkiezen in de bibliotheek of boekwinkel. Als een boek goed aansluit bij de interesses van het kind, beleeft het meer leesplezier. Wil je voor je bezoek aan de winkel of bibliotheek vast wat titels noteren? Op de website van Jeugdbibliotheek zijn boeken geordend op leeftijd en onderwerp. Houdt je negenjarige zoon bijvoorbeeld van voetbal? Dan vind je daar een geschikte boekenlijst.

Tips voor leerkrachten om leesplezier te vergroten

Niet alleen ouders, maar ook de leerkracht, het leesonderwijs op school en de bibliotheek hebben invloed op het leesgedrag- en plezier van kinderen. Hieronder staat een aantal tips voor de leerkracht en school.

  • Laat kinderen zelf boeken kiezen;
  • Rooster dagelijks tijd in voor ‘vrij lezen’ en lees dan zelf ook een boek. Goed voorbeeld doet goed volgen;
  • Lees dagelijks voor, ook in de bovenbouw van de basisschool;
  • Praat met de leerlingen over boeken. In deze folder van Stichting Lezen staan praktische tips voor leerkrachten hoe je dit het beste kunt doen.
  • Besteed aandacht aan de Kinderboekenweek en voorleeswedstrijden;
  • Zorg voor een rijk gevulde boekenkast met verschillende boekengenres. Stripboeken mogen hierin niet ontbreken;
  • Promoot verschillende boekengenres. Lees bijvoorbeeld een spannende passage voor uit een kinderthriller en leg het vervolgens in de boekenkast zodat kinderen dit zelf kunnen pakken en lezen;
  • Neem deel aan het leesbevorderingsprogramma ‘Bibliotheek op school’. Dit programma stimuleert een duurzame samenwerking voor leesbevordering tussen bibliotheken enerzijds en basisscholen, voortgezet onderwijs en pabo-opleidingen anderzijds. Het programma versterkt de leesomgeving op school door bijvoorbeeld het inrichten van een hoogwaardige schoolbibliotheek. Daarnaast zorgt dit programma ervoor dat medewerkers van de bibliotheek (de leesconsulenten) de scholen ondersteunen bij het bevorderen van taal- en leesplezier;
  • Volg de cursus ‘Open boek 2.0’. Deze cursus – ontwikkeld met steun van Stichting Lezen en Kunst van Lezen – leidt basisschoolleerkrachten op tot leescoördinator. De training behandelt de geschiedenis van de jeugdliteratuur en leert leerkrachten om een goed functionerende schoolbibliotheek op te zetten, boekgesprekken te organiseren en ouders bij de leesopvoeding te betrekken;
  • Zorg voor een aantrekkelijke leeshoek in de klas, waar kinderen in rust kunnen lezen. Zorg voor genoeg stilte koptelefoons. Als er ruimte voor is kun je een 2-zits bank neerzetten.
  • Organiseer een boekenmarkt op school;

Contact tussen ouders en leerkracht

Tot slot is het nuttig dat zowel ouders als leerkracht de leesontwikkeling van het kind volgen en elkaar hiervan op de hoogte houden. Misschien leest een kind thuis graag boeken, maar kan het hiervoor in de klas geen rust vinden? Een oplossing zou kunnen zijn dat het kind op de gang of in de schoolbibliotheek gaat lezen. Of een leerkracht signaleert dat een kind graag leest, maar het heeft thuis geen boeken. De leerkracht kan dan de ouders adviseren lid te worden van een bibliotheek. Daarnaast kan de leerkracht (laaggeletterde) ouders informeren over de volgende leesbevorderingsprogramma’s:

  • BoekStart: een leesbevorderingsprogramma voor kinderen tussen de nul en vier jaar. Het doel is om ouders en jonge kinderen in aanraking te brengen met kinderboeken en voorlezen. Hiervoor krijgen zij onder andere hetBoekStartkoffertje met twee gratis boekjes aangeboden als zij lid worden van de bibliotheek;
  • DeVoorleesExpress: kinderen met een taalachterstand worden thuis of op locatie twintig keer door een vrijwilliger voorgelezen. Het stimuleren van taal en leesplezier staan hierbij voorop;
  • Digitale kinderboeken: ouders die moeite hebben met (voor)lezen kunnen hun kinderen thuis toch in aanraking brengen met boeken door middel van digitale prentenboeken. Neem hiervoor een kijkje bij de gratis aanbieder ‘Wepboek’ of de betaalde aanbieders ‘Boekpakket’, ‘De Voorleeshoek’, ‘Bereslim’ en ‘Fundels’;
  • Naast digitale boeken kunnen laaggeletterde ouders ook rijk geïllustreerde boeken zonder tekst ‘voorlezen’ in hun moedertaal. Zij kunnen samen met hun kind praten over de afbeeldingen, zonder echt voor te hoeven lezen.