Leesplezier thuis en in de klas

Uit de internationaal vergelijkende onderzoeken PIRLS-2016 en PISA-2018 blijkt dat een groot deel van de Nederlandse tien- en vijftienjarigen lezen niet leuk vindt. Leerlingen die minder leesplezier ervaren behalen bovendien lagere leesvaardigheidsscores. Daarom heeft de overheid leesmotivatie opgenomen in kerndoel negen: ‘De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.’ Het is de taak van de leerkracht om leesplezier bij leerlingen te stimuleren, door onder andere het inrichten van een aantrekkelijke leeshoek, boekpromotie en voorlezen. Kinderen die daarbij vrijgelaten worden in hun boekkeuze ervaren doorgaans meer leesplezier. Ook ouders kunnen het leesplezier en de taalontwikkeling van hun kind stimuleren door regelmatig voor te lezen. Programma’s die scholen en ouders hierbij kunnen helpen zijn: BoekStart, de VoorleesExpress en digitale prentenboeken.

Nederlandse leerlingen ervaren weinig leesplezier

Uit het internationaal vergelijkende onderzoek PIRLS-2016 (Progress in International Reading Literacy Study) blijkt dat Nederlandse tienjarige leerlingen samen met Scandinavische leerlingen het minste leesplezier ervaren: een derde van de leerlingen vindt lezen niet leuk.

Uit het internationaal vergelijkende onderzoek PISA-2018 (Programme for International Student Assessment) blijkt dat Nederlandse vijftienjarige leerlingen van alle deelnemende landen het minste leesplezier ervaren. Zestig procent leest alleen als het moet of om informatie op te zoeken. Bijna de helft van de leerlingen vindt lezen tijdverspilling. Gemiddeld genomen vinden meer meisjes dan jongens lezen leuk.

Leesplezier stimuleren in de klas

Leerlingen die minder leesplezier ervaren behalen lagere leesvaardigheidsscores. Mede daarom heeft de overheid leesmotivatie opgenomen in kerndoel negen:

‘De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.’

Het is de taak van de leerkracht om leesplezier bij leerlingen te stimuleren, door onder andere het inrichten van een aantrekkelijke leeshoek, boekpromotie en voorlezen. Daarnaast kunnen scholen interventies inzetten om het leesplezier te bevorderen. Uit een meta-analyse (Van Steensel, Van der Sande & Arends, 2017) blijkt dat verschillende interventies in het algemeen een positief effect hebben op de leesmotivatie- en vaardigheid van leerlingen.

Een van die interventies is het programma ‘Bibliotheek op school’. ‘Bibliotheek op school’ stimuleert een duurzame samenwerking voor leesbevordering tussen bibliotheken enerzijds en basisscholen, voortgezet onderwijs en pabo-opleidingen anderzijds. Het programma versterkt de leesomgeving op school door bijvoorbeeld het inrichten van een hoogwaardige schoolbibliotheek. Daarnaast richt het programma zich op het vergroten van de deskundigheid van leerkrachten en leesconsulenten (bibliotheek) op het gebied van leesbevordering en informatievaardigheden.

Thuis voorlezen

Ook ouders kunnen het leesplezier van hun kind stimuleren door regelmatig – minimaal vier keer per week gedurende vijftien minuten – voor te lezen. Naast het stimuleren van leesplezier heeft voorlezen positief effect op de ontwikkeling van taalvaardigheid, leesvaardigheid en ontluikende geletterdheid van het kind.

Veel ouders beginnen pas met voorlezen na de eerste verjaardag van hun kind of als hun kind zijn eerste woordjes kan zeggen. Uit onderzoek blijkt echter dat ook jongere baby’s profijt hebben van voorlezen. Een baby kan al vanaf zeven maanden woorden herkennen in verhaaltjes. Daarnaast leert hij nieuwe woorden begrijpen (receptieve woordenschat) als de ouder afbeeldingen in boekjes aanwijst en benoemt. Tot slot komt de routine van het samen lezen al vroeg tot stand. Hiervan kan het kind profijt hebben als het ‘echte voorlezen’ op de peuterleeftijd begint.

Voorlezen hoeft niet te stoppen als een kind zelf kan lezen. Integendeel. Onderzoek toont juist aan dat het goed is voor de taalontwikkeling om ook oudere kinderen die al zelf kunnen lezen regelmatig voor te lezen. Zo kan dit de woordenschat van het kind vergroten. Ook kun je zware thema’s bespreekbaar maken, zoals pesten of het sterven van een grootouder.

In dit overzicht van BoekStart staan voorleestips voor ouders aan baby’s, dreumesen en peuters.

Eigen literaire smaak

Vanaf groep 5 leren kinderen verschillende genres kennen – zoals proza, gedichten en stripboeken – en krijgen zij inzicht in hun eigen voorkeuren. Zo verslinden sommige kinderen hele boekenreeksen van dezelfde auteur of over een bepaald thema. Kinderen die vrijgelaten worden in hun boekkeuze – thuis en op school – ervaren doorgaans meer leesplezier.

Er zijn ook kinderen die een sterke voorkeur ontwikkelen voor stripboeken. Voorheen hadden stripboeken een slechte naam. Het zou kinderen lui maken in lezen en het zou de fantasie niet prikkelen door een overvloed aan beelden. Inmiddels is dit idee achterhaald. Onderzoek toont juist aan dat het lezen van strips heel leerzaam is voor kinderen:

  • Woordenschat neemt toe: in stripboeken zitten veel moeilijke woorden die ondersteund worden door een plaatje en een context. Hierdoor leren kinderen twee keer zoveel nieuwe woorden als in een gemiddeld kinderboek.
  • Strips helpen kinderen verhaalstructuren doorgronden: strips hebben vaak een duidelijke verhaallijn – oorzaak/gevolg en probleem/oplossing – en bevatten aanwijzingen als: ‘een maand later’ of ‘eenmaal in het pretpark’. Dit helpt een kind het verhaal te begrijpen.
  • Sommige strips bevatten woordgrappen. Om die te kunnen begrijpen moeten kinderen goed naar de tekst en de plaatjes kijken. Dit dwingt ze tot een scherpe observatie.
  • Zwakke lezers en beelddenkers hebben baat bij het lezen van stripboeken omdat tekst en beeld elkaar aanvullen. Bovendien wordt de tekst opgedeeld in korte stukjes en zijn de zinnen over het algemeen kort.

Programma’s voor leesbevordering

Niet alle ouders zijn van huis uit bekend met lezen en voorlezen. Bovendien is er ook een groep laaggeletterde ouders die hiermee moeite heeft. Daarom zijn er verschillende leesbevorderingsprogramma’s die ouders en kinderen helpen:

  • BoekStart: leesbevorderingsprogramma voor kinderen tussen de nul en vier jaar. Het doel is om ouders en jonge kinderen in aanraking te brengen met kinderboeken en voorlezen. Hiervoor krijgen zij onder andere het BoekStartkoffertje met twee gratis boekjes aangeboden als zij lid worden van de bibliotheek.
  • De VoorleesExpress: kinderen met een taalachterstand worden thuis of op locatie twintig keer door een vrijwilliger voorgelezen. Het stimuleren van taal en leesplezier staan hierbij voorop.
  • Digitale kinderboeken: ouders die moeite hebben met (voor)lezen kunnen hun kinderen thuis toch in aanraking brengen met boeken door middel van digitale prentenboeken. Neem hiervoor een kijkje bij de gratis aanbieder ‘Wepboek’ of de betaalde aanbieders ‘Boekpakket’, ‘De Voorleeshoek’, ‘Bereslim’ en ‘Fundels’.