Wat leert mijn kind in groep 5?

Wat een kind in groep 5 leert is verdeeld over kernvakken en vakken gericht op brede ontwikkeling. Kernvakken in groep 5 zijn Nederlands en rekenen. Het kernvak Nederlands richt zich op lezen, schrijven, (werkwoord)spelling, taal- en redekundig ontleden, woordenschat en mondeling onderwijs. Vakken gericht op de brede ontwikkeling zijn oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs. Op sommige scholen krijgen kinderen vanaf groep 5 het vak Engels. Naast nieuwe vakkennis, wordt er in groep 5 ook steeds meer aandacht besteed aan ‘leren leren’. Dit gaat bijvoorbeeld over taakaanpak en reflectie op werk. De lesstof in groep 5 bouwt voort op de lesstof uit groep 4 en bereidt kinderen voor op de lesstof in groep 6. Zo ontstaat er een doorgaande leerlijn.

Doorgaande leerlijn: van groep 4 naar groep 5

De overheid heeft voor ieder verplicht vak – Nederlands, Engels, rekenen, oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs – kerndoelen vastgesteld. De kerndoelen beschrijven globaal wat een school tot en met groep 8 in elk geval moet aanbieden aan de leerling. Dit is vastgelegd in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO.

SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) heeft de kerndoelen voor de groepen 1 tot en met 8 van de basisschool uitgewerkt in leerlijnen. Een leerlijn geeft aan wat er per leerjaar wordt behandeld. Ook geeft het aan wat behandeld moet zijn voordat een volgende stap kan worden gezet.

Een kind kan bijvoorbeeld pas breuken leren als het de tafels (vermenigvuldigen) geautomatiseerd heeft. En een kind kan pas een correcte werkwoordspelling toepassen als het de basisprincipes van redekundig ontleden beheerst. Kerndoelen en leerlijnen helpen een school een doorgaande lijn te bieden voor de ontwikkeling van kinderen.

Een school mag overigens zelf bepalen hoe ze de vakken aanbiedt (didactiek) en welk lesmateriaal (methode) ze hiervoor gebruikt. Hierdoor kan de invulling per school verschillen.

Technisch lezen

Net als in groep 4 oefenen kinderen in groep 5 met technisch lezen. Gemiddeld beheerst een kind aan het begin van groep 5 AVI-niveau E4 (eind groep 4). Leerlingen die dit niveau nog niet hebben behaald zullen soms extra leesoefeningen moeten maken. Zo kan de leerkracht leerlingen met hetzelfde AVI-niveau bij elkaar zetten in een groepje, waarin zij extra oefenen met hardop voorlezen. Een bekende methodiek is ‘voor, koor, zelf’. Hierbij leest de leerkracht een stukje tekst voor, terwijl de kinderen in zichzelf meelezen van het papier. Vervolgens lezen de kinderen hardop in koor dezelfde tekst. Tot slot leest ieder individueel kind een stuk van de tekst hardop voor aan de groep.

Leerlingen verbeteren hun technische leesvaardigheid door veel leeskilometers te maken. Hoe meer woorden en teksten leerlingen lezen, hoe hoger de leesprestaties. Leerlingen kunnen alleen voldoende leeskilometers maken als hiervoor voldoende tijd wordt vrijgemaakt op school en thuis. De kwaliteitskaart van het programma School Aan Zet hanteert de volgende leestijdrichtlijn per week voor kinderen in groep 5:

  • 135-150 minuten voortgezet technisch lezen met een gestructureerde methodische aanpak
  • 60 minuten extra instructie en begeleide oefening voor de risicolezers (leerlingen bij wie het niveau achterblijft op het gemiddelde)
  • 45-60 minuten stillezen van verschillende tekstsoorten en gevarieerde activiteiten rond boeken

De leerkracht neemt twee keer per jaar een DMT-toets en een AVI-toets af bij leerlingen. Deze methode-onafhankelijke toetsen brengen de technische leesvaardigheid van een kind in kaart. Aan het einde van groep 5 beheerst een kind gemiddeld AVI-niveau E5.

In dit overzicht van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) is de leerlijn technisch lezen voor de groepen 1 tot en met 8 uitgewerkt.

Tip: vaak zijn leerkrachten op zoek naar ouders die het leuk vinden om kinderen uit de klas te helpen met lezen. Bent u geïnteresseerd? Informeer dan bij de leerkracht van uw kind.

Begrijpend lezen

In groep 4 verschoof de aandacht van technisch lezen steeds meer naar vloeiend en vlot lezen met begrip. In groep 5 komt de nadruk nog sterker te liggen op begrijpend lezen omdat een goed tekstbegrip nodig is voor de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek. Maar ook bij het vak rekenen moet een kind teksten lezen en begrijpen.

Daarom krijgen leerlingen in groep 5 nieuwe leesstrategieën aangeboden en leren zij complexere teksten te verklaren. Zo leren zij het verschil tussen feiten en meningen herkennen. Ook leren zij informatie en meningen uit verschillende bronnen met elkaar te vergelijken en te beoordelen.

Meer inhoudelijke informatie over begrijpend lezen in groep 5 staat in de uitgewerkte leerlijnen schriftelijk onderwijs van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), kerndoelen vier tot en met negen.

Leesplezier

Verschillende wetenschappelijke studies laten zien dat er een wederkerige relatie is tussen leesmotivatie en leesvaardigheid bij kinderen. Daarom is leesmotivatie opgenomen in kerndoel negen:

‘De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.’

Tule Slo heeft dit kerndoel uitgewerkt in een leerlijn waarin onder andere staat:

  • Kinderen lezen dagelijks met plezier eigen gekozen teksten en boeken
  • Kinderen herkennen verschillende genres
  • Kinderen krijgen inzicht in hun eigen voorkeuren voor genres en auteurs

Deze leerdoelen sluiten aan bij de sociaal-emotionele ontwikkeling die kinderen in groep 5 doormaken. Vanaf een jaar of negen leren kinderen zichzelf steeds beter kennen en neemt hun vermogen tot zelfreflectie toe. Dit zie je ook terug in de ontwikkeling van een eigen literaire smaak. In groep 5 verslinden sommige kinderen hele boekenseries van eenzelfde auteur of over een bepaald thema. Terwijl andere kinderen juist graag verschillende boeken lezen. Kinderen die hierin vrij worden gelaten hebben doorgaans meer leesplezier.

Tip: vaak zijn scholen op zoek naar vrijwilligers die kunnen helpen in de schoolbibliotheek. Lijkt u dit leuk? Informeer dan bij de leerkracht van uw kind.

Spelling in groep 5

In groep 5 herhalen kinderen de spellingregels uit groep 4 en krijgen ze nieuwe regels aangeboden, zoals:

  • Gelijkvormigheidsregel: woorden worden zoveel mogelijk op dezelfde manier geschreven, ook al is de uitspraak verschillend. Zo schrijf je paard (klinkt als ‘paart’) met een -d- omdat het meervoud ‘paarden’ is en niet ‘paarten’.
  • Analogieregel: samengestelde woorden worden vergelijkbaar gespeld. Zo schrijf je ‘grootte’ (groot + te) omdat je ook lengte (leng + te) en dikte (dik + te) schrijft.

Daarnaast leren kinderen in groep 5 zelfstandig spelling- en interpunctiefouten onderkennen en corrigeren. Ook leren zij hulpmiddelen bij het spellen gebruiken, zoals spellingkaarten en controleschema’s.

Meer informatie over spellen in groep 5 staat in het overzicht ‘Leerlijn 3 spelling en interpunctie’ van het Expertisecentrum Nederlands.

Taal- en redekundig ontleden

In groep 5 wordt het kernvak Nederlands verder uitgediept met taal- en redekundig ontleden. Taalkundig ontleden gaat om het benoemen van woordsoorten in een zin. Redekundig ontleden gaat om het benoemen van zinsdelen in een zin. Het verschilt per taalmethode – en daardoor per school – hoeveel taal- en redekundige begrippen in groep 5 worden aangeboden. De meeste methodes introduceren onderstaande begrippen:

Taalkundige woordsoorten:

  • Lidwoord: ‘de’, ‘het’ en ‘een’
  • Zelfstandig naamwoord: ‘huis’, ‘oog’, ‘kat’
  • Bijvoeglijk naamwoord: het ‘gele’ huis, de ‘zwarte’ kat
  • Werkwoord: ‘fietsen’, ‘lopen’, ‘hebben’

Redekundige begrippen:

  • Onderwerp: wie of wat + persoonsvorm
  • Persoonsvorm: één werkwoord
  • Werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in een zin

Woordenschat

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leerlingen met een grote woordenschat en veel kennis over deze woorden beter in staat zijn om een geschreven tekst te begrijpen dan leerlingen met een kleinere woordenschat en minder woordkennis. Daarom is in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO kerndoel twaalf geformuleerd:

‘De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.’

Leerkrachten besteden in groep 1 tot en met 8 aandacht aan woordenschat-onderwijs. Zo verwerven kinderen in groep 5 nieuwe woorden tijdens de zaakvakken – aardrijkskunde, geschiedenis natuur en techniek – door het lezen van en praten over teksten. Ook leren zij zelfstandig strategieën toe te passen waarmee zij de betekenis van nieuwe woorden tijdens het lezen en luisteren leren afleiden en onthouden.

Lees de uitgewerkte leerlijn van kerndoel twaalf in dit overzicht van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling).

Mondeling onderwijs

Mondeling onderwijs bestaat uit kerndoelen één tot en met drie:

  • Kerndoel één: De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.
  • Kerndoel twee: De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.
  • Kerndoel drie: De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.

De school moet deze kerndoelen aan alle leerlingen hebben aangeboden voordat zij groep 8 verlaten. Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling heeft deze kerndoelen uitgewerkt in leerlijnen per groep. In groepen 5-6 leren kinderen:

  • Luisteren naar meningen van anderen, zelf meningen vormen en anderen overtuigen of zelf overtuigd worden
  • Inhoudelijke presentaties geven
  • Ingaan op bijdragen van anderen en aandacht vasthouden

Lees de uitgewerkte leerlijnen van kerndoelen één, twee en drie van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) voor een compleet overzicht.

Rekenen in groep 5

In groep 5 breiden kinderen hun rekenvaardigheden uit groep 4 verder uit. Het kan per rekenmethode – en daardoor per school – verschillen wat een kind in groep 5 leert. Hieronder staat een globaal overzicht van wat kinderen in groep 5 leren, gebaseerd op de leerlijnen van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling.

Getalbegrip

De getallen waarmee kinderen rekenen worden groter. Kinderen leren optellen en aftrekken met getallen onder de 1000. Aan het einde van groep 5 komen vaak ook sommen tot de 10.000 aan bod. Ook leren zij analogierekenen: 900 + 900 = 1800, denkend aan 9 + 9 = 18 en 20 X 50 = 1000, denkend aan 2 X 5 = 10. Daarnaast leren kinderen kolomsgewijs optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.

Voorbeeld kolomsgewijs aftrekken:

458

266 –

————————–

200 (400 – 200)

– 10 (50 – 60, 10 tekort)

2 (8 – 6 = 2)

————————–

192

Geld

In groepen 3 en 4 leerden kinderen al rekensommen met geld maken. In groep 5 wordt dit verder uitgebouwd. Zo leren kinderen nu ook rekenen met bedragen achter de komma (3,50 + 135,50) en geld teruggeven. Daarnaast leren zij handig betalen: niet gepast, maar bijleggen om het terugbetalen te vergemakkelijken. Ook leren kinderen in groep 5 schattend rekenen: heb je genoeg geld om dit product te kopen? Hoeveel houd je ongeveer over? Hoe duur is het ongeveer bij elkaar?

Klokkijken

Ook het klokkijken wordt uitgebreid. Leerden kinderen in groep 4 klokkijken met hele en halve uren en kwartieren, in groep 5 komen daar de minuten en seconden bij. Bovendien moeten kinderen zowel analoog als digitaal kunnen klokkijken. Voorbeelden van kloksommen:

  • Mohammed vertrekt om 10:45 van huis. Hij is een uur en drie kwartier onderweg. Hoe laat komt hij op zijn bestemming aan?
  • Het is nu 16:30. Hoe laat was het vijfendertig minuten geleden?
  • Hoeveel minuten zitten er in een kwartier? En hoeveel seconden zitten er in een minuut?

Vermenigvuldigen en delen

In groep 4 maakten kinderen al kennis met vermenigvuldigen en gingen zij aan de slag met het automatiseren (kennis of vaardigheden ophalen zonder lang nadenken) van de tafels één tot en met vijf en tien. In groep 5 komen daar tafels zes, zeven, acht, negen, elf en twaalf bij. Daarnaast wordt het begrip delen geïntroduceerd en leren kinderen deelsommen maken, met en zonder rest.

Meetkunde

Tot slot leren kinderen nieuwe meetkundige begrippen, zoals de m2 als standaardmaat voor oppervlakte. Ook leren kinderen de maatbeker kennen als meetinstrument voor de inhoud van allerlei objecten. Zij leren de relatie te leggen tussen de verschillende inhoudsmaten liter, deciliter, en milliliter en de lengtematen millimeter, decimeter, meter en kilometer. Daarnaast maken kinderen kennis met de gram als standaardmaat voor gewicht en leren zij de relatie te leggen tussen gram en kilogram.

Breuken en decimalen

Sommige rekenmethodes maken in groep 5 al een begin met eenvoudige breuken en decimalen (kommagetallen) vanuit dagelijkse situaties waarin breuken voorkomen. Zo leert een kind bijvoorbeeld een taart te verdelen in een halve taart, een derde taart en een kwart taart. Ook leert een kind dat een uur uit vier kwartieren bestaat: ¼ + ¼ + ¼ + ¼ = 1 uur. Maar de meeste methodes beginnen pas met breuken en decimalen in groep 6.

Lees de uitgewerkte leerlijnen rekenen/wiskunde van kerndoelen drieëntwintig tot en met drieëndertig in dit overzicht van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling).

Thuis oefenen met taal en rekenen voor groep 5

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Bovendien kan een kind zich per vakgebied verschillend ontwikkelen. Het ene kind gaat bijvoorbeeld met grote sprongen vooruit met lezen en zit halverwege groep 5 al op AVI-niveau E6 (eind groep 6), maar heeft wat meer moeite met rekenen. Of andersom. De leerkracht volgt deze ontwikkelingen en past het onderwijs daarop aan.

Soms adviseert de leerkracht ouders om ook thuis met hun kind te oefenen met taal en/of rekenen. Bijvoorbeeld wanneer het leestempo van een kind omhoog moet, dan kan de leerkracht ouders aanraden om dagelijks samen met hun kind te lezen. Of als een kind moeite heeft met tafelsommen, dan kunnen ouders thuis door veel te herhalen helpen met het automatiseren.

In groep 5 blijven kinderen oefenen met de tafelsommen. Veel herhaling leidt tot automatisering. Dit helpt kinderen bij het maken van andere rekenbewerkingen, zoals deelsommen. Vaak krijgen kinderen de opdracht van school om thuis te oefenen met de tafels. Dit kan mondeling met een ouder, maar er bestaan ook leuke online spellen waarmee kinderen de tafels kunnen oefenen. In groep 5 is dagelijks twintig minuten thuis oefenen meestal voldoende.

Vier websites met gratis online oefenmateriaal voor leerlingen uit groep 5:

Drie websites met gratis werkbladen voor leerlingen uit groep 5:

Tafels oefenen:

Oriëntatie op jezelf en de wereld

Veel scholen starten in groep 5 met methodes voor de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek. Sommige scholen beginnen hier al eerder mee, soms al in groep 1. Vaak zijn deze zaakvakken gebundeld in één methode. Zo zijn er methodes op de markt die de volgende domeinen in samenhang aanbieden: de kerndoelen oriëntatie op jezelf en de wereld, canon van de Nederlandse geschiedenis, 21ste eeuwse vaardigheden, burgerschap, filosofie, levensbeschouwing, techniek en wetenschap. Maar er zijn ook methodes die één domein behandelen.

In de uitgewerkte leerlijnen van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) komen onder andere de volgende thema’s in groep 5 aan bod:

  • Het belang van een goed voedingspatroon
  • Omgaan met zakgeld en de functie van sparen
  • Verkiezingen en de taken en werkwijze van het gemeentebestuur
  • Seksuele diversiteit, identiteit en respect
  • Luchtvervuiling
  • Planten en dieren indelen in soorten
  • De bouw en functie van het skelet
  • Gedaanteverwisseling van sommige diersoorten
  • Uitdrukking van temperatuur in schaal van Celsius
  • Verschillende klimaten
  • Mental map van Nederland: onder andere de topografie van de provincies van Nederland
  • Gebeurtenissen, ontwikkelingen en personen uit de geschiedenis

Kunstzinnige oriëntatie

In groep 5 krijgen kinderen het vak kunstzinnige oriëntatie. De school besteedt aandacht aan: beeldend, dans, drama, muziek en cultureel erfgoed. Zo leren kinderen lichaamsvormen van mensen en dieren in verhouding weergeven. Ook maken zij kennis met de basisprincipes van traditionele muzieknotatie.

In dit overzicht van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) staan de kerndoelen en uitgewerkte leerlijnen voor ‘kunstzinnige oriëntatie’ in de groepen 5-6.

Bewegingsonderwijs

In groep 5 krijgen kinderen het vak bewegingsonderwijs. Ze leren verschillende bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren, zoals achterover duikelen tussen de ringen met hulp van andere kinderen en een radslag met aanloop. Ook helpen zij de leerkracht met het klaarzetten van het materiaal en leren zij een eigen regelovertreding kenbaar maken.

In dit overzicht van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) staan de kerndoelen en uitgewerkte leerlijnen voor ‘bewegingsonderwijs’ in de groepen 5-6.

Soms krijgen kinderen bewegingsonderwijs van een vakspecialist (iemand die de Academie voor Lichamelijk Opvoeding heeft afgerond). In andere gevallen krijgen kinderen bewegingsonderwijs van een groepsleerkracht met een zogeheten ‘brede bevoegdheid’ (aanvullende opleiding of Pabo oude stijl).

In dit artikel van de PO-Raad (de sectororganisatie voor het primair onderwijs) staat meer informatie over bevoegdheid binnen het bewegingsonderwijs.

Tot slot: op sommige scholen krijgen kinderen in groep 5 schoolzwemmen. Als dit als onderwijsactiviteit vermeld staat in de schoolgids, is dit verplicht. De school is tijdens het schoolzwemmen verantwoordelijk voor de veiligheid van uw kind. In het artikel ‘is schoolzwemmen verplicht?’ van OCO vindt u meer informatie over schoolzwemmen.

Engels

Sinds 1986 is Engels een verplicht vak in het basisonderwijs. Scholen mogen zelf bepalen vanaf welk leerjaar zij hiermee starten. Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling noemt vier varianten:

  • Engels in groep 7 en 8
  • Engels vanaf groep 5
  • Vroeg vreemdetalenonderwijs vanaf groep 1, waarbij tot vijftien procent van de lestijd in het Engels wordt gegeven
  • Tweetalig primair onderwijs: vanaf groep 1 is dertig tot vijftig procent van de lestijd in het Engels.

Sommige scholen starten in groep 5 met het vak Engels. Vaak gebruiken zij hiervoor een methode, maar dat is niet verplicht.

Omdat Engels een verplicht vak is in het basisonderwijs en er vier kerndoelen zijn opgenomen in de wet – kerndoelen dertien tot en met zestien – heeft het Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling leerlijnen voor de groepen 1 tot en met 8 uitgewerkt. Hierin maken leerlingen vanaf groep één spelenderwijs kennis met de Engelse taal. Leerkrachten lezen bijvoorbeeld prentenboeken voor in het Engels en kinderen luisteren naar Engelse liedjes. Tot en met groep 4 is Engelse les primair gericht op luisteren en spreken. Pas vanaf groep 5 maken kinderen kennis met het schrijven van Engelse woorden.

Lees de uitgewerkte leerlijnen Engels van kerndoelen dertien tot en met zestien van Tule SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) voor een compleet overzicht.

Metacognitie: leren leren

Metacognitie is het denken over denken en leren over leren. Het is een krachtige strategie om het leren van leerlingen te verbeteren. Een sterk ontwikkelde metacognitie is gerelateerd aan schoolsucces. Toch besteedt niet iedere basisschool en leerkracht hier evenveel aandacht aan.

Metacognitie bestaat uit twee onderdelen:

  1. Metacognitieve opvattingen en kennis over het eigen leren. Bijvoorbeeld: ‘ik memoriseer, dus ik weet’, ‘ik leg verbanden, dus ik onthoud systemen’, ‘ik vind meerkeuzevragen eenvoudiger dan open vragen’.
  2. Metacognitieve vaardigheden:
  • Oriënteren: kan ik het? Is er genoeg tijd?
  • Plannen: wat is het doel? Hoeveel tijd heb ik? In welke volgorde?
  • Monitoren: snap ik het? Wat doe ik? Lukt het?
  • Toetsen: klopt het antwoord? Heb ik het handig aangepakt?
  • Corrigeren: wat en hoe moet ik het aanpassen?
  • Evalueren: heb ik het handig aangepakt? Heb ik mijn doel bereikt?
  • Reflecteren: kan ik dit ook ergens anders voor gebruiken? Welke waarde heeft het voor later?

Op de basisschool leert een kind te reflecteren op het eigen gedrag, een nieuwe aanpak te bedenken, die aanpak uit te voeren en daar weer op te reflecteren. Hiervoor biedt de leerkracht verschillende strategieën aan, zoals: samenwerken, nieuwe aanpakken uitproberen en niet snel opgeven. Het doel is dat het kind inzicht krijgt in zijn eigen leerproces.

Metacognitieve vaardigheden worden vanaf groep 1 geoefend. Vanaf een jaar of negen leren kinderen zichzelf steeds beter kennen en kunnen ze beter reflecteren op hun eigen gedrag en dat van anderen. Daarom gaan metacognitieve vaardigheden en leerstrategieën vanaf groep 5 een grotere rol spelen. Zo krijgen veel kinderen in groep 5 ook af en toe huiswerk mee, waarbij zij leren plannen en discipline moeten opbrengen.