Wat leert mijn kind in groep 1 en 2?

De basisschool bestaat uit de groepen 1 tot en met 8. In groep 1 en 2 zit in een kind in de kleuterklas, waarna het doorstroomt naar groep 3. In groep 1 en 2 staat spelend leren centraal. Kinderen maken kennis met tellen, cijfers en woordklanken. Maar ook met natuur, techniek, ruimte, tijd, kunst, beweging en sociale omgang in de klas. In de kleuterklas ontwikkelen kinderen hun sociaal-emotionele en cognitieve vaardigheden. Zij krijgen steeds meer besef van een ‘eigen ik’ en hun empathisch vermogen neemt toe. Daarnaast is het geheugen van kleuters sterk in ontwikkeling. De leerstof in groep 1 en 2 bereidt kinderen voor op de leerstof in groep 3. Zo ontstaat er een doorgaande leerlijn. In sommige gevallen kan de leerkracht in overleg met de ouders besluiten de kleuterperiode voor een kind te verlengen.

Kerndoelen en doorgaande leerlijn

De overheid heeft voor ieder verplicht vak – Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde, oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs – kerndoelen vastgesteld. De kerndoelen beschrijven globaal wat een school in groep 1 tot en met groep 8 in elk geval moet aanbieden aan de leerling. Dit is vastgelegd in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO.

SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) heeft de kerndoelen voor de groepen 1 tot en met 8 van de basisschool uitgewerkt in leerlijnen. Een leerlijn geeft aan wat er per leerjaar wordt behandeld. Ook geeft het aan wat behandeld moet zijn voordat een volgende stap kan worden gezet.

Een kind kan bijvoorbeeld pas leren lezen als het fonemisch bewustzijn (het kunnen doorzien dat woorden uit losse klanken bestaan) is ontwikkeld. En een kind kan pas optelsommen maken als het kan tellen. Kerndoelen en leerlijnen helpen een school een doorgaande lijn te bieden voor de ontwikkeling van kinderen.

Een school mag overigens zelf bepalen hoe ze de vakken aanbiedt (didactiek) en welk lesmateriaal (methode) ze hiervoor gebruikt. Hierdoor kan de invulling per school verschillen.

Onderwijs aan het jonge kind

SLO heeft de kerndoelen voor de zes vakken uitgewerkt in een leerlijn voor kleuters, waarin rekening is gehouden met de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen. Omdat kleuters sociaal-emotionele en cognitieve vaardigheden leren door te spelen, staat in groep 1 en 2 spel centraal. Daarom werken de meeste kleutergroepen op basisscholen met rijk ingerichte speelhoeken, zoals een bouwhoek, een themahoek en een leeshoek. Hoe uitdagender de speelomgeving van kleuters, hoe meer zij leren. Bovendien is de aangeboden leerstof concreet en letterlijk dicht bij huis is. Kleuters leren namelijk het best door in aanraking te komen met betekenisvolle onderwerpen en thema’s waarmee zij vertrouwd zijn. Bijvoorbeeld de telrij tot twintig oefenen met speelgoed snoepjes en het onderzoeken van planten en dieren in de eigen tuin.

Nederlandse taal

SLO heeft het vak Nederlandse taal voor groep 1 en 2 onderverdeeld in vier domeinen:

  • Mondelinge vaardigheid: woordenschat uitbreiden, bijvoorbeeld door thematafels, voorleesactiviteiten en woordspellen. Maar ook gespreksregels: op je beurt wachten en naar elkaar luisteren.
  • Taalbeschouwing/metalinguïstische vaardigheden: ontwikkeling van het fonologisch en fonemisch bewustzijn. Kinderen leren dat woorden opgebouwd zijn uit klanken en oefenen hiermee door rijmspellen en liedjes.
  • Lezen: functies van geschreven taal ontdekken, zoals de functie van brieven, recepten, sprookjes, maar ook logo’s en pictogrammen.
  • Schrijven: geschreven taal zien als dagelijks communicatie- en expressiemiddel. Schrijven is in groep 1 en 2 vooral schrijven via: tekenen, krabbelen, letterachtige vormen, letter-tekenreeksen en spontane spelling. Maar ook naschrijven, nastempelen en typen op de computer.

In dit overzicht van SLO staat meer informatie over Nederlands in groep 1 en 2.

Rekenen/wiskunde

SLO heeft het vak rekenen/wiskunde voor groep 1 en 2 onderverdeeld in zes domeinen:

  • Getalbegrip tot tenminste twintig: telrij opzeggen, tellen en schatten van hoeveelheden, getallen herkennen, lezen en schrijven.
  • Bewerkingen: optellen en aftrekken met hele getallen tot tenminste twintig en handelend uitdelen en verdelen van hoeveelheden.
  • Verhoudingen: verhoudingsgewijs vergelijken en ordenen, zoals objecten ordenen van klein naar groot of van dun naar dik.
  • Verbanden: het lezen van betekenisvolle staafdiagrammen, beelddiagrammen en tabellen, zoals een weekschema in de klas.
  • Meten: ontdekken en ervaren van meten van lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud en temperatuur. Daarnaast omgaan met begrippen rond gewicht, tijd en geld en ontdekken dat er munten en geldbiljetten zijn met verschillende waarden.
  • Meetkunde: omgaan met meetkundige begrippen, werken met bouwplaten en plattegronden en bijvoorbeeld het voortzetten en zelf ontwerpen van ketting- en mozaïekpatronen.

In dit overzicht van SLO staat meer informatie over rekenen/wiskunde in groep 1 en 2.

Oriëntatie op jezelf en de wereld

SLO heeft het vak oriëntatie op jezelf en de wereld voor groep 1 en 2 onderverdeeld in zes domeinen, waarbij de wereld dichtbij huis centraal staat:

  • Jezelf en de ander: gevoelens, wensen en opvattingen van jezelf en de ander herkennen en daarmee omgaan. Rekening houden met elkaar, samenwerken en het bespreken van verschillende relatievormen.
  • De samenleving: zorgdragen voor de eigen leefomgeving, verkennen en beseffen van het belang van leefregels en afspraken thuis, op straat en op school. Verkennen en vergelijken hoe mensen wonen en leven in de straat en in de buurt.
  • De ruimte om je heen: weersverschijnselen en de relatie met seizoenen ervaren en onderzoeken. Verschillen in landschappen herkennen en bewust worden dat de mens invloed heeft op de natuurlijke omgeving. Kennismaken met landbouw, industrie en logistiek.
  • Planten, dieren en de mens: ervaren van schoonheid van de natuur, het besef van de grote diversiteit aan planten, dieren en schimmels. Uiterlijke kenmerken van planten en dieren verkennen. Het herkennen en benoemen van onderdelen van het eigen lichaam.
  • Tijd: (historisch) tijdbesef. Kinderen leren werken met kalenders en krijgen inzicht in begrippen als ‘lang geleden’, ‘vroeger’, ‘nu’ en ‘toekomst’.
  • Verschijnselen uit natuurkunde en techniek: ontdekken en verwonderen over licht, geluid en magnetisme. Verkennen en ontdekken van eigenschappen van materialen en stoffen. Experimenteren met eenvoudige verbindingen, zoals lijm, knopen, spijkers en schroeven.

In dit overzicht van SLO staat meer informatie over oriëntatie op jezelf en de wereld in groep 1 en 2.

Kunstzinnige oriëntatie

SLO heeft het vak kunstzinnige oriëntatie voor groep 1 en 2 onderverdeeld in vijf domeinen:

  • Beeldende vorming: het creatieve proces bij beeldend werk, kijken naar en praten over beelden, kennismaken met beeldaspecten, materialen en technieken (waskrijt, verf, kleurcontrasten, crêpe papier), maken van beeldend werk en reflecteren op beeldend werk van zichzelf en de ander.
  • Muziek: het creatieve proces bij muziek, luisteren naar muziek (onderwerpen uit de directe omgeving, zoals de seizoenen, dieren, Kerst), kennismaken met klank, vorm en notatie van muziek, muziek maken, reflecteren op muziek van zichzelf en anderen.
  • Drama: het creatieve proces bij drama, kijken naar drama, kennismaken met elementen en technieken van drama, spelen van drama en reflecteren op dramaspel van zichzelf en anderen.
  • Dans: het creatieve proces bij dans, kijken naar dans, kennismaken met danselementen en technieken, uitvoeren van dansen (bijvoorbeeld met het hele lichaam of in tweetallen) en reflecteren op dansen van zichzelf en anderen.
  • Cultureel erfgoed: het creatieve proces bij cultureel erfgoed, kennismaken met cultureel erfgoed (praten met een musicus of kunstenaar over een instrument of een schilderij), onderzoeken en beleven van cultureel erfgoed, maken van eigen verbeelding van cultureel erfgoed en reflecteren op verbeeldingen van cultureel erfgoed van zichzelf en anderen.

In dit overzicht van SLO staat meer informatie over kunstzinnige oriëntatie in groep 1 en 2.

Bewegingsonderwijs

SLO heeft het vak bewegingsonderwijs voor groep 1 en 2 onderverdeeld in elf vaardigheden:

  • Balanceren: bijvoorbeeld fietsen op een tweewieler of glijden van een brede glijbaan
  • Klimmen: bijvoorbeeld: op knopen in touwen gaan staan en zitten en over ladders klimmen
  • Zwaaien: bijvoorbeeld schommelen op een touw
  • Over de kop gaan: bijvoorbeeld duikelen om de duikelstang
  • Springen: bijvoorbeeld ‘slootje springen’ van mat naar mat
  • Mikken: bijvoorbeeld met een bal werpen naar opgehangen kranten
  • Jongleren: bijvoorbeeld stuiteren met een bal of een ballon hooghouden
  • Doelspelen: bijvoorbeeld passeerdersspel
  • Tikspelen: bijvoorbeeld weglooptikspelen naar vrij gebied
  • Stoeispelen: een spel om iets te pakken van een ander, zoals een bal.
  • Bewegen op muziek: bijvoorbeeld huppelen op een ritme.

Daarnaast leren kinderen samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deel te nemen. Ze leren de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening te houden. Ook leren kinderen het bewegingsarrangement (bijvoorbeeld hoepels en matten) veilig neerzetten.

In dit overzicht van SLO staat meer informatie over bewegingsonderwijs in groep 1 en 2.

Soms krijgen kinderen bewegingsonderwijs van een vakspecialist (iemand die de Academie voor Lichamelijk Opvoeding heeft afgerond). In andere gevallen krijgen kinderen bewegingsonderwijs van een groepsleerkracht. In groep 1 en 2 zijn alle leerkrachten hiervoor bevoegd. Pas vanaf groep 3 moet een leerkracht in het bezit zijn van een zogeheten ‘brede bevoegdheid’ (aanvullende opleiding of Pabo oude stijl) om bewegingsonderwijs te mogen geven.

In dit artikel van de PO-Raad (de sectororganisatie voor het primair onderwijs) staat meer informatie over bevoegdheid binnen het bewegingsonderwijs.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Kenmerkend voor kleuters is dat zij steeds meer besef krijgen van een ‘eigen ik’. Zij streven naar autonomie: dingen zelf doen, ondernemen en ontdekken. Zij kunnen dit ook omdat zij steeds betere motorische en cognitieve vaardigheden tot hun beschikking hebben. Hierbij hebben zij wel behoefte aan duidelijkheid – regels en afspraken in de klas – en vertrouwen van volwassenen. Een leerkracht heeft de taak om de toenemende wil tot autonomie bij kleuters te stimuleren en te ontwikkelen.

Terwijl de autonomie bij een kleuter toeneemt, neemt zijn egocentrisme af. In de belevingswereld van een jonge kleuter is hij het centrale middelpunt. Hij kan zich vaak nog niet goed inleven in de gevoelens van een ander en begrijpt niet dat andere kinderen dingen anders kunnen waarnemen. Langzaamaan neemt dit egocentrisme af en maakt dit plaats voor sociale cognitie: begrip en inzicht in wat anderen denken en voelen. Het empathisch vermogen en altruïsme (anderen helpen zonder eigenbelang) nemen toe.

Cognitieve ontwikkeling

Het geheugen van kleuters is sterk in ontwikkeling. Hierbij nemen zij met name visueel-ruimtelijke informatie (zien) goed op. Dit geldt in veel mindere mate voor auditieve informatie (horen). Concentratie wordt bij kleuters nog erg bepaald door motivatie. Als een kleuter plezier heeft in een taak, bijvoorbeeld kralen rijgen, kan het hier gerust een half uur achter elkaar geconcentreerd mee bezig zijn.

Klaar voor groep 3?

In groep 3 moet een kind over bepaalde vaardigheden beschikken om de hele dag op school te kunnen functioneren en leren. Zo moet het eenvoudig logisch kunnen redeneren, veel informatie kunnen verwerken en opslaan in het geheugen en aandacht kunnen vasthouden. Ook moet het de Nederlandse taal voldoende beheersen om instructies te kunnen volgen en gedragsregels aan te leren. Daarom maken leerkrachten uit de onderbouw een inschatting of een kind klaar is voor groep 3. Zij letten hierbij op de fysieke, zintuigelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. In sommige gevallen kan de leerkracht in overleg met de ouders besluiten de kleuterperiode voor een kind te verlengen.

Meer informatie hierover staat in het artikel: ‘Wanneer is mijn kind klaar voor groep 3?’