Hoe werkt de VVE-indicatie?

Peuters krijgen een VVE-indicatie als het kind 14 maanden is van de jeugdverpleegkundige op het consultatiebureau. De indicatiecriteria kijken naar de opleiding van de ouders en hoeveel er thuis wordt gepraat en voorgelezen. U bent niet verplicht om uw kind naar de voorschool te laten gaan.

Veranderingen in de VVE-indicatie

Vóór de harmonisatie Kinderopvang en het nieuwe beleid in Amsterdam was er een groot onderscheid tussen kinderen mét en zonder VVE-indicatie. Voor kinderen uit de doelgroep was 12 uur voorschool gratis beschikbaar, voor kinderen zonder indicatie slechts 6 uur. Dit onderscheid valt vanaf 2018 weg: alle kinderen kunnen 15 uur per week naar de voorschool. Wel betalen ouders hiervoor een eigen bijdrage.
Het proces om te bepalen wie er een indicatie krijgt, blijft wel bestaan. De financiering van de voorscholen is afhankelijk van hoeveel kinderen met een indicatie er deelnemen.

De VVE-indicatie

De indicatie voor VVE wordt afgegeven door de jeugdverpleegkundige op het consultatiebureau/OKC. Als uw kind 11 maanden is, wordt door de consultatiearts een eerste inschatting gemaakt. Als uw kind 14 maanden is, wordt de definitieve indicatie afgegeven. De indicatie wordt gegeven aan kinderen waarvan de verwachting is dat er zonder VVE een taalachterstand ontstaat. Het gaat daarbij vooral om de omgeving waarin het kind de meeste tijd doorbrengt. De verpleegkundige stelt hier vragen over, en kijkt naar een aantal feitelijke gegevens. De consultatiebureaus werken met hetzelfde protocol om te bepalen wanneer een kind tot de doelgroep behoort.

Indicatiecriteria

Iedere gemeente mag zelf bepalen welke indicatiecriteria ze hanteren voor VVE. In Amsterdam krijgen kinderen de indicatie als ouders een laag opleidingsniveau hebben, of als thuis een ‘taal-arme’ omgeving is.

De Amsterdamse criteria voor indicatie zijn:

  • Opleidingsniveau van de ouder/verzorger van het kind
    Wanneer een ouder/verzorger van het kind een opleiding heeft die lager is dan mbo-3 niveau (of een vergelijkbaar niveau) kan een kind risico lopen op (taal)achterstand. Een kind ontvangt dan een voorschoolindicatie.
  • Taalomgeving van het kind
    Wanneer er thuis met een kind weinig of niet wordt gepraat, gespeeld of voorgelezen in de moedertaal van het kind, is er sprake van een taalarme omgeving. Deze kinderen lopen risico op een (taal)achterstand. Kinderen uit een taalarme omgeving krijgen een voorschoolindicatie.

Niet mee eens

Als u het niet eens bent met het besluit op het consultatiebureau is het goed om hierover in gesprek te gaan met de verpleegkundige. Dat kan als u wél een indicatie had verwacht, of als u juist géén indicatie had verwacht. Mogelijk heeft u elkaar verkeerd begrepen, en wilt u graag een extra toelichting of correctie geven op de situatie waarin uw kind opgroeit. Het is echter goed om te bedenken dat het voor uw kind en de keuze om wel of niet naar de voorschool te gaan, weinig uitmaakt. Ook zonder indicatie kan uw kind naar de voorschool. En ook mét indicatie bent u niet verplicht uw kind aan te melden.