Duidelijkheid gewenst over verschillen tussen schooladvies en Citoscore per school

Bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs zijn twee gegevens van belang: het schooladvies en de Citoscore. In Amsterdam is afgesproken dat het basisschooladvies leidend is. Het resultaat van de Cito-toets wordt ‘het onafhankelijke gegeven genoemd’ en is vooral belangrijk als het gelijk is aan het schooladvies: dan kan de leerling automatisch worden toegelaten. Dat wil overigens niet meteen zeggen dat een leerling ook geplaatst wordt, omdat er zich ook te veel leerlingen kunnen aanmelden en er dan geloot moet worden. Als schooladvies en Citoscore niet overeen komen moet er overleg gevoerd worden tussen school en ouders. Of wordt er een aanvullend onafhankelijk onderzoek uitgevoerd en op basis daarvan gepraat.

Uit een onderzoek, dat de gemeente Amsterdam heeft laten uitvoeren blijkt nu dat er vaak verschillen zijn tussen het basisschooladvies en de Citoscore. Zelfs in de meerderheid van de gevallen is er een verschil.

In het onderzoek is verder nagegaan of deze verschillen ook te herleiden zijn tot de etnische achtergrond van de leerlingen. Daaruit blijkt dat er verschillen geteld zijn tussen autochtone, Turkse, Marokkaanse en Surinaams leerlingen. In de publiciteit over (een uittreksel uit) het onderzoek is veel aandacht besteed aan deze verschillen, omdat zou blijken dat veel allochtone leerlingen een minder “hoog” advies zouden krijgen en zij dus minder passend onderwijs zouden krijgen. Dit zou er weer toe leiden dat de talenten van allochtone kinderen onvoldoende benut worden. Uit de nu bekende gegevens van het onderzoek kan dat niet echt geconcludeerd worden.

Veel duidelijker is dat er in de meerderheid van de gevallen een verschil bestaat tussen het basisschooladvies en de advisering op basis van de Citoscore. Dit vraagt om nadere informatie. Bovendien maakt het duidelijk dat er in de aanmeldingsprocedure naar het voortgezet onderwijs veel ruimte moet zijn voor overleg: als in meer dan 60 % van de gevallen een verschil bestaat, moet er overleg gevoerd worden.

Het zou ouders kunnen helpen als de informatie over het schooladvies en de Citoscore op schoolniveau beschikbaar is. Dan kan ook nagegaan worden of er een ‘standaardverschil’ per basisschool bestaat. Verder is het nodig dat scholen en ouders zich voorbereiden op het overleg dat tussen de bekendmaking van de Citoscore en de datum van aanmelding voor het voortgezet onderwijs moet plaatsvinden. Dat is volgens de geldende Kernprocedure maar een korte tijd: tussen 5 maart (bekendmaking) – 16 maart 2007 (sluiting aanmelding).