Vijf voorbeelden uit de praktijk van stichting Kinderen in Achterstandsposities (KAP)

Soms ontstaan er problemen tussen school, ouders en/of leerlingen. Dan gaat er iets mis of dreigt er iets mis te gaan. En soms heeft dat grote gevolgen: kinderen zitten thuis en gaan niet meer naar school, of leerlingen moeten een nieuwe school zoeken omdat de verhoudingen verstoord zijn.

In Amsterdam zijn er organisaties die ouders en leerlingen helpen bij dit soort vraagstukken als er intensieve persoonlijke begeleiding nodig is. En zo helpen ze uiteindelijk ook de scholen, omdat niemand graag met een probleem blijft zitten. Een van die organisaties is de Stichting Kinderen in Achterstandsposities (KAP) van mevrouw Fatimazohra Hadjar. Deze stichting werkt samen met de welzijnsstichting van Amsterdam-West Impuls.

OCO werkt samen met stichting KAP, de afkorting staat voor: kinderen in achterstandsposities. Hieronder staan vijf verslagen uit de praktijk van Fatimazohra Hadjar waarin wordt beschreven hoe zij jongeren in de problemen heeft kunnen helpen.

Voorbeeld 1
Carlos en het schooladvies

“Carlos is een jongen van 11 jaar, bi-culturele achtergrond, leerling groep 8, woont in Stadsdeel Oud-Zuid. Is een aankomend talent van jong-Ajax. Ouders zijn getrouwd (vader HBO niveau). Hij heeft 2 oudere broers; de een afgestudeerd en de andere eindexamen HAVO.

Ik word door de vader van Carlos benaderd, die mij op een bijeenkomst over” kinderen in achterstand Posities” hoorde praten. Ik maakte een afspraak en vroeg of zijn zoon ook aanwezig kon zijn, omdat ik het kind persoonlijk wil leren kennen en het verhaal vanuit zijn/haar belevingswereld wil horen.

Deze jongen had geen advies gekregen, omdat zijn leerkracht kon dat niet beslissen. Hij was volgens haar zeggen een twijfelgeval. Na het inzien van zijn entree-toets deelde ik de ouders mee dat hij een VMBO T-HAVO advies had kunnen krijgen. Ik adviseerde de ouders tot na de CITO-toets te wachten, omdat dit een bindend advies geeft. Nu stappen ondernemen had geen zin. De uitslag kwam er, en hij had VMBO T-HAVO gescoord, de leerkracht weigerde om dat als advies mee te geven.

Hij werd ingeschreven op een school voor VMBO-T/HAVO. Deze school vroeg om informatie bij de vorige school. Carlos werd afgewezen, vanwege het advies van de leerkracht en de negatieve informatie die er over hem aan deze school waren verstrekt. Ouders kregen niet te horen wat die informatie was. Ik belde de middelbare school op en na uitgelegd wie ik was, werd mij de inhoud telefonisch verstrekt.

Ik belde vervolgens de basisschool voor een afspraak. De directie weigerde dat en ik ging naar het schoolbestuur. Ik legde het probleem uit en vroeg om een afspraak met de directie. Eerst moest ik van het schoolbestuur een verzoek bij de directie om correctie van het advies en de informatie vragen. Indien de directie niet inging op het verzoek moest ik het schoolbestuur weer benaderen. De directie weigerde de correctie uit te voeren.

Er kwam uiteindelijk een gesprek tussen de ouders, de directrice, voorzitter van het schoolbestuur en ik. De leerkracht was nergens te bekenen, ik gaf aan dat het gesprek alleen doorgang kon hebben als de leerkracht erbij was. De leerkracht werd erbij gehaald. Ik eiste het advies en de informatie, die over deze jongen naar die andere school verstuurt was, in te zien. Na aandringen kregen wij het te lezen. Carlos was als een “monster neergezet en zijn ouders als mensen die de “lat te hoog willen leggen”; met zulk informatie waren al zijn kansen verkeken om toegelaten te worden op een middelbare school.

Ik eiste tijdens het gesprek dat het advies en de informatie hersteld moesten worden en alleen de schoolresultaten (leerling volgsysteem) naar de nieuwe school verstuurd mochten worden. Tevens eisten wij dat we inzage vooraf in die informatie kregen. Het schoolbestuur ging met alle eisen akkoord.

Het schoolbestuur hield toezicht dat de informatie die de deur uitging, niets meer was dan zijn leerlingvolsysteem.

De leerkracht moest van het schoolbestuur haar excuses aan de ouders aanbieden en de directie werd op haar verantwoordelijkheid gewezen door de voorzitter van het schoolbestuur. Deze jongen is een van de beste leerlingen van zijn klas en met zijn voetbalcarrière gaat het heel erg goed.”

 

Voorbeeld 2
Ismael en de beschuldiging

“Ismael, Marokkaanse jongen, 18 jaar, leerling ROC ASA, woont in Nieuw West. Zijn ouders zijn analfabeten en hij heeft meerdere broers met een strafblad.

Hij heeft al op meerdere scholen gezeten en werd vanwege gedragsproblemen steeds weer verwijderd. Hij kreeg een VMBO-B advies en is door negatieve vrienden ook in een negatief circuit terecht gekomen. Door de vele ruzies thuis die hij thuis had, besloot Ismael zijn leven te beteren.

Ismael kwam via het jongerencentrum met mij in contact. Zijn toekomst liep gevaar omdat de stagebegeleider hem van extremisme had beschuldigd.

Hij zat in zijn examenjaar en wilde graag slagen in het leven. Hij was helemaal kapot van de brief van de stagebegeleider, waarin hij van extremisme werd beschuldigd. Ik stuurde een brief naar deze school, gericht aan de directie. Vooraf wilde ik niet bellen gezien de ernst van de beschuldiging, ik wilde direct actie ondernemen. Dit vond ik een zeer gevoelige en gevaarlijke zaak. Ik kreeg een telefoontje naar aanleiding van mijn brief, waarin aan mij werd gevraagd of ik op een bepaalde datum langs kom komen voor een gesprek met de directie.

Ik stelde Ismael daarvan op de hoogte, hij zou die dag op ervoor zorgen op school te zijn. Samen met de jongerenwerker ging ik naar die afspraak. Iedereen was op de hoogte van onze komst, we werden heel erg vriendelijk en warm ontvangen. Er was naast de directie ook een juridisch medewerker (verbonden aan die school) aanwezig.

Mijn brief aan de school m.b.t. de brief van de stagebegeleider had reeds zijn werk gedaan. De directie bood in dit persoonlijk gesprek zijn excuses aan. De stagebegeleider was al met haar uitspraken geconfronteerd en had aan Ismael haar excuses aangeboden.

Ismael heeft zijn examen positief afgerond en is doorgestroomd naar een volgende opleiding.”

 

Voorbeeld 3
Sony en het incident met de leraar

“Sony, 15 jaar, leerling VMBO-T 3e klas, woont in Stadsdeel Zuidoost. Zijn ouders zijn gescheiden, maar betrokken bij school.

Vanwege een incident met een leerkracht wordt er proces-verbaal (beschuldigd van zware mishandeling) tegen hem opgemaakt. Hij wordt eerst geschorst, dan de toegang tot de school ontzegd en vervolgens verwijderd.

De leerplichtambtenaar staat achter de school, schoolbestuur en de politie. De leerplichtambtenaar heeft een vooroordeel over alleenstaande etnische ouders. Hij wilde Sony uiteindelijk als voorbeeld stellen, door hem veroordeeld te krijgen. Het verhaal van Sony wordt door betrokkenen niet geloofd.

Via via komt zijn moeder bij mij terecht. Hij zit dan al enkele maanden thuis, geen school, geen huiswerk niets. De leerplichtambtenaar is nergens te bekennen. Het gaat hier om een jongen die wettelijk gezien nog leerplichtig is.

Ik spreek hem voor het eerst thuis, samen met zijn moeder. Sony komt op mij over als eerlijk, betrouwbaar en alles behalve gewelddadig. Dezelfde indruk krijg ik ook van zijn moeder en later ook zijn vader. Niets blijkt te kloppen van het verhaal van leerplichtambtenaar, de school en de politie. De school weigert mij te woord te staan en als zij het uiteindelijk wel doen, wordt deze jongen als zeer negatief neergezet.

In de bemiddeling heb ik de school op ondermeer haar verantwoordelijkheid gewezen en de niet gehanteerde procedure. De directeur gaf aan dat hij het zeer betreurde dat ik nu pas in beeld kwam. Na deze bemiddeling met het schoolbestuur en de directeur mag Sony twee keer per week met zijn moeder op school in een apart lokaal komen werken.

Ik meld hem ook aan bij een sociale werkplaats om hem zodoende voorlopig van de straat te kunnen houden tot hij weer naar school kan. Ik ga met hem en zijn moeder daar op bezoek om hen persoonlijk voor te stellen. Hij wordt aangenomen en samen besluiten wij (sociale werkplaats en ik) om ervoor te zorgen dat de naam van Sony gezuiverd wordt en hij gewoon weer onderwijs kan volgen.

Ik neem vervolgens contact op met een kinderorganisatie zoekende naar een goede advocaat voor hem, want hij moet toch nog voorkomen. Deze kinderorganisatie is er ook van overtuigd dat het hier om een jongen gaat die het slachtoffer dreigt te worden van machtsmisbruik van een school.

Gezien de leeftijd van Sony is de Raad voor de kinderbescherming hierbij betrokken i.v.m. hun advisering naar de rechtbank. Op advies van de moeder neemt de Raad contact met mij op en wordt er na het gesprek met mij een positief advies gegeven aan de Rechtbank. Ook Spirit (een hulpverlenende instelling van de overheid, die ingeschakeld wordt bij dit soort gevallen) is dezelfde mening toegedaan als de Raad. De zitting wordt op advies van de Raad verdaagd, zodat zij een sluitend advies kunnen geven.

In de tussentijd doe ik een klacht over de leerplichtambtenaar uitgaan naar zijn leidinggevende. Na een gesprek tussen Sony, zijn moeder en mij met de leidinggevende wordt de leerplichtambtenaar op het matje geroepen. Uiteindelijk krijgt Sony ontheffing van de leerplichtwet, zodat hij naar de sociale werkplaats kan.

De VMBO-school begint ondertussen KAP te dreigen met een rechtszaak, omdat ik de naam van de school, de betreffende leerkracht en de leerplicht ambtenaar te noemde in de media. De Kinderorganisatie raadt hen dat af, gezien de negatieve publiciteit die dat voor de school oplevert.

Ik schrijf hem intussen in op een ROC en doe het verhaal van Sony en op grond daarvan wordt hij aangenomen (het gaat om een superintelligente jongen die de marine in wil). Hij kan na de zomervakantie beginnen.

De datum voor de zitting nadert, de kinderrechter is er ook van overtuigd dat het hier om een jongen gaat die het slachtoffer is geworden van veel meer dan alleen maar een incident met een leerkracht.
De rechter spreekt hem vrij, maar berispt hem wel dat hij had moeten weg lopen en niet een vijl had moeten pakken om zich te beschermen.

Hij zit nu in de derde klas, het gaat heel erg goed met hem het ROC en zijn ouders zijn heel erg tevreden. Hij blijft nu ook nog contact houden met de Sociale werkplaats.”

 

Voorbeeld 4
Xantos en zijn hip-hop-muziek

“Xantos, Antilliaanse jongen, 14 jaar, 3e klas HAVO, maakt hip-hop muziek. Zijn school staat in Zuid en hij woont in Noord. Ouders hoogopgeleid (HBO) en gescheiden. Xantos word geschorst vanwege vermeende bedreiging docent via hip-hop tekst. Verwijderingprocedure is in gang gezet.

De vader heeft KAP benaderd om te bemiddelen. Alvorens te kunnen bemiddelen is de moeder met zoon uitgenodigd voor een gesprek bij KAP. Belangrijk is dat Xantos zelf aanwezig is en ook zelf zijn verhaal doet over het gebeuren op school. Niet alleen krijgt KAP hierdoor een indruk van het kind, maar vooral ook over de beleving van Xantos over deze situatie, m.n. weigering van de toegang tot school en het niet kunnen volgen van lessen.

Tijdens dat gesprek, bleek dat de leerplichtambtenaar nooit in beeld is geweest. In ieder geval geen contact tussen leerplichtambtenaar en ouders & Xantos. In bijzijn van ouders en Xantos is met hen contact opgenomen met verzoek om een persoonlijk gesprek.

In het gesprek met de ouders, Xantos, KAP en schooldirecteur, klassenmentor en de leerkracht die zich bedreigd voelde was verzuimd om het zorgteam (o.a. vertrouwenspersoon, maatschappelijk werk, jeugdzorg) uit te nodigen. Er vond een confronterend gesprek plaats over de bedreiging. De leerkracht voelde zich nl. door de hip-hop tekst bedreigd. Deze tekst had echter niets met de leerkracht te maken, maar dat was zijn eigen invulling. De directeur erkende toen dat de school te weinig kennis heeft van de wereld van de jongeren.

Tevens gaf de directeur toe dat het inzetten van het zorgteam, voorafgaande aan de schorsing, een heleboel had kunnen voorkomen. Bij verder doorvragen van KAP bleek dat het zorgteam niet functioneert naar behoren, omdat communicatie tussen de verschillende partijen niet goed verloopt.

Xantos wilde echter, na deze gebeurtenis, niet meer terug. KAP heeft de school op zijn plicht en verantwoordelijkheid gewezen, dat de school verantwoordelijk voor plaatsing elders. Xantos is blij op zijn nieuwe school en hoopt dit jaar zijn HAVO-diploma te halen.”

 

Voorbeeld 5
Yoenes, de problematische spijbelaar

“Yoenes, een Marokkaanse jongen, 17 jaar, woont in Nieuw West. Hij heeft i.v.m. gedragsproblemen op een SMOK-school gezeten. Hij heeft ook aan diverse hulpverleningstrajecten deelgenomen, zonder enig positief resultaat. Hij heeft zelf een Tijdelijke time-out (TOP) plaatsing gehad en uiteindelijk kwam hij op een praktijkschool terecht. Zijn ouders zijn op leeftijd en hebben geen opleiding. Problematische gezin; o.a. meerdere veroordelingen. Yoenes heeft meerdere keren vast gezeten.

Hij was, vanwege zijn zoveelste aanraking met justitie, van school verwijderd en 1 jaar niet naar school geweest. Een jongerenwerker, zonder kennis van onderwijs, had een afspraak met ‘n school gemaakt en vroeg of ik mee wilde naar dat gesprek.

Tijdens dat gesprek kwam de mentor continue met het excuus dat er geen geld was om deze jongen op school geplaatst te krijgen. Zij hadden, gezien de aanraking met justitie, er ook geen vertrouwen in dat hij de opleiding ook daadwerkelijk zou afronden. Ik deelde de mentor mee dat het zijn verantwoordelijkheid was om deze jongen zijn schoolkosten betaald te krijgen en dat dit geen reden is om hem te weigeren.

Deze jongen zijn zorg was, dat hij naar school kon. Hij werd uiteindelijk toegelaten onder voorwaarde dat ik contact persoon zou zijn. Daarmee ging ik akkoord. Dit was een jongen die het niet zo nauw nam met de regels. Na 1 maand werd ik door de school gebeld dat hij twee weken niet verschenen was. Telefonisch was hij ook niet bereikbaar en de school wilde hem bij RMC gaan aanmelden.

Voordat de school die stap zou nemen, wilde ze mij eerst de kans geven hem op te sporen. Ik vond hem bij het jongerencentrum. Op mijn vraag waarom hij niet op school zat kreeg ik als antwoord dat hij wel op school zat. Ik confronteerde hem toen met het telefoontje van school. Hij zou gelijk de volgende dag weer naar school gaan.

Tot op heden heb ik nooit meer een telefoontje van school ontvangen. Als ik hem tegen het lijf loop vraag ik ook hoe gaat op school. Ik krijg dan als antwoord: “u kunt bellen en dan zult u horen dat ik op school zit”.

Daar doe ik het voor. Daar de school mij een kans heeft gegeven, werd er voorkomen dat de ouders een boete kregen.”