Voorschool moet uit handen welzijnsinstelling

De voorschool moet de verantwoordelijkheid worden van basisscholen. Alleen zo kan de kwaliteit verbeteren. Dat stelt René Peeters, directeur van de stichting AWBR, waaronder de zeventien openbare basisscholen in Bos en Lommer, Westerpark, Oud-West en De Baarsjes vallen. Nu spelen organisaties van buiten het onderwijs, vooral welzijnsinstellingen, een grote rol.

Bestuurder Fouad Sidali van Bos en Lommer merkte onlangs dat leidsters op voorscholen – waar kinderen onder meer zitten om beter Nederlands te leren – vaak zelf slecht Nederlands spreken.

Het stadsdeel subsidieert welzijnsinstellingen om via peuterspeelzalen en kinderdagverblijven een taalprogramma aan te bieden voor peuters vanaf twee jaar. Peeters denkt dat het daar al fout gaat. ‘Voor ons zijn er vier voorschoolpartners: Combiwel, IJsterk, Impuls en Akros. Daarnaast hebben we de vier stadsdelen en hun beleidsmedewerkers, voorschoolcoördinatoren, nascholers enz. Die partners komen na een complex overlegcircuit uiteindelijk tot een programmakeuze.

Peeters vindt het onbegrijpelijk dat Nederlands nog geen deel uitmaakt van de opleiding van de leidsters: ‘Hierdoor kunnen leidsters voor de groep staan die het Nederlands onvoldoende beheersen.’ Hij snapt niet dat de welzijnsinstellingen dergelijke leidsters aannemen en wil zelf de regie over de voorschool.

Aan het eind van leerjaar twee van de basisschool, zeg maar aan het einde van de kleuterschool, beoordeelt de onderwijsinspectie het taalniveau van de kinderen. Peeters: ‘Een slechte voorschool werkt door op matige of slechte resultaten op de basisschool.’

De welzijnsinstellingen wijzen de kritiek af. Fred Martin van Impuls: ‘Ik ben van mening dat wij nog steeds een uitstekend product leveren. En als wij geld krijgen voor mensen met een hbo-opleiding, zoals op basisscholen, leveren we nog betere kwaliteit. Maar daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan.’

Impuls doet al veel om de kwaliteit van de leidsters te verbeteren, betoogt Martin. Een hoogleraar onderzoekt welk niveau Nederlands de leidsters moeten hebben en de leidsters krijgen op hun opleiding meer Nederlands. Er komt een toets voor nieuwe leidsters. De scholen moeten zich bovendien niet blindstaren op de taalprestaties, vindt Martin: ‘Welzijn is ook een belangrijk onderdeel van de voorschool.’