De uitslag van de Entreetoets

De entreetoets wordt op veel Amsterdamse basisscholen in groep 7 afgenomen. Ouders vragen OCO regelmatig hoe hun kind de entreetoets gemaakt heeft. Wat zeggen de scores? Welk niveau blijkt er uit?

Uitslag van de entreetoets in het leerlingprofiel

Leerlingen ontvangen de uitslag van de entreetoets in de vorm van een leerlingprofiel. In het leerlingprofiel staan scores op het gebied van taal, rekenen-wiskunde en studievaardigheden. Elk van deze leergebieden bestaat uit onderdelen die apart getoetst zijn. Zo bestaat het leergebied taal uit de onderdelen: schrijven, grammatica, spelling, begrijpend lezen en woordenschat. De scores bestaan uit het aantal gemaakte opgaven, het aantal goed, percentielen en Romeinse cijfers. De Romeinse cijfers geven een indicatie van het mogelijke basisschooladvies.

Percentiel

Het percentiel zorgt voor de meeste vragen over de entreetoets. Het blijkt voor veel ouders lastig te begrijpen wat er met percentiel bedoeld wordt. Het percentiel drukt uit hoe de leerling heeft gescoord ten opzichte van alle andere leerlingen, die in Nederland in dat schooljaar de entreetoets hebben gedaan. Het percentiel geeft aan hoeveel procent van de leerlingen evenveel of minder vragen goed heeft beantwoord. Met andere woorden: het resterende percentage leerlingen heeft de toets beter gemaakt. Als het percentiel 63 is heeft 37% van de leerlingen in Nederland de toets beter gemaakt. Een percentiel is altijd een getal tussen de 0 en de 100. Het gemiddelde percentiel is 50. Het percentiel van de totale entreetoets staat bovenaan het leerlingprofiel.

Let op: het totaalpercentiel kan niet berekend worden door de scores van de leergebieden taal, rekenen en studievaardigheden bij elkaar op te tellen en door drie te delen. De scores op de afzonderlijke leergebieden worden namelijk door Cito op verschillende manieren op statistische afwijkingen gecorrigeerd.

Romeinse cijfers

Aan de rechterkant van het leerlingprofiel staan Romeinse cijfers die aangeven wat het niveau is van de leerling. Door middel van sterretjes wordt aangegeven welk van de Romeinse cijfers op de leerling van toepassing is. Cito geeft de volgende betekenis voor de Romeinse cijfers:

V = ver onder het gemiddelde; IV = onder het gemiddelde; III = gemiddeld; II = boven het gemiddelde; I = ver boven het gemiddeldd.

Ouders willen altijd graag weten hoe deze score vertaald kan worden naar een (voorlopig) schooladvies. Cito geeft aan een dergelijke uitspraak pas na verwerking en analyse van de landelijke cijfers te kunnen doen. In de praktijk wordt de  vuistregel gehanteerd, dat de Romeinse cijfers globaal overeen komen met de volgende niveaus:

V: vmbo-b (of lager), IV: vmbo-k, III: vmbo-t, II: havo, I: vwo

entreetoets

Het hierboven afgebeelde leerlingprofiel uit 2010 wijkt af van het huidige leerlingprofiel. Bron: CITO

Verbeterpunten

In het leerlingprofiel ziet u duidelijk hoe uw kind ervoor staat. Met welke leergebieden heeft uw kind moeite? Waar kan uw kind de komende tijd aan werken? Hoe zit het met de verschillende onderdelen? Gaat schrijven beter dan lezen? Bespreek samen met de school wat de verbeterpunten zijn. Wie doet wat?

Schoolkeuze_2