6 tips voor een goede start in de medezeggenschap

Persoonlijke blog – Het nieuwe schooljaar is begonnen. Het oude ritme is – na zes weken zomeren – al weer snel gewoon, thuis en op school. Ook in de medezeggenschap gaat het schooljaar van start. De jaaragenda wordt afgestoft, oude draden weer opgepakt, nieuwe gezichten maken hun entree. Ben jij zo’n nieuw gezicht? Dan is dit artikel voor jou.

Want een nieuwe start maken doe je graag goed. Maar dat is niet altijd eenvoudig. Ouders vertellen ons vaak dat de medezeggenschap geen ‘gewoon’ vrijwilligerswerk is. Met weinig beschikbare tijd moet je in een voor jouw onbekende sector over ingewikkelde kwesties meedenken. Ga er maar aan staan!

Daarom hier zes praktische tips voor een goede start. Eén tip per maand, die je slechts 1-2 uurtjes tijd kosten. Na een half jaar ben je goed ingewerkt en een waardevolle medezeggenschapper voor jouw school. Een goede start is het halve werk!

Maand 1: Leer je school kennen

Je kunt pas goed begrijpen wat er besproken wordt in de medezeggenschap als je je school kent. Kennis die net wat verder gaat dan je eigen ervaringen in de klas of op het schoolplein. Leer dus het grotere plaatje kennen.

Gelukkig is dat makkelijk te doen, want scholen zijn verplicht om hun beleid op papier te zetten. Er is een schoolgids, een schoolplan, de begroting, de jaarlijkse beleidsvoornemens en misschien nog meer. Zoek de meest actuele versies op en lees deze door. Wat valt je op? Wat zijn de belangrijke thema’s? Wat vind je onduidelijk?

Schroom vervolgens niet om je vragen te stellen, misschien gewoon direct aan de directeur? Die waardeert het vast dat je je verdiept in de school en het is een leuke manier om elkaar beter te leren kennen. Daarnaast is het een idee om een ervaren MR-collega uit te nodigen voor een kop koffie. Hij/zij kan je meer vertellen over de medezeggenschapshistorie op jouw school.

Extra: Vaak maakt de school onderdeel uit van een overkoepelend bestuur of stichting. Ook dat heeft het beleid op papier staan, meestal in een (strategisch) beleidsplan, een jaarplan en een jaarverslag. Daarin vind je de hoofdlijnen van het financiële bestuur, het HR-beleid of de sturing op onderwijskwaliteit, beleid dat ook neerslaat op jouw school. Interessant dus!

Maand 2: Leer de wet kennen

Wat minder inspirerend leesvoer, maar het is de basis voor je werk: de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS). Daarom is het noodzaak om de wet een keer door te lezen. Dan weet je wat er van je wordt verwacht, wat je bevoegdheden zijn én je verantwoordelijkheden.

Hier vind je een link naar een artikel met een leeswijzer bij de wet, een handig hulpmiddel.

Mijn ervaring is dat de parate kennis van de wet bij alle betrokkenen (directeur, ouders en personeel) relatief laag is. Dat is niet direct een probleem als er veel en goed overlegd wordt met elkaar. Maar als de school andere schooltijden voorstelt of een nieuwe lesmethode introduceert, en de MR daar niet bij betrekt, dan is het goed als er ergens een belletje gaat rinkelen. Want dan kan er alsnog een zorgvuldig proces van overleg doorlopen worden.

Maand 3: Leer je hulpbronnen kennen

Er is goede ondersteuning georganiseerd voor de medezeggenschap. Voor personeel (de vakbonden), maar ook voor ouders. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat ouders daar weinig bekend mee zijn en er weinig gebruik van maken. Dat is jammer. Waarom niet eens rondkijken op het internet wat er te vinden is over het schoolrooster, het pest-beleid of de overblijf, als het aan de orde komt in jullie MR-vergadering? Er is veel informatie beschikbaar die je kan helpen en niet alleen als er een probleem is.

Hier de vijf belangrijkste websites, die ik ken:

  • Project WMS, het samenwerkingsverband van de landelijke organisaties van ouders, leerlingen, leraren en bestuurders, dat zich richt op het versterken van de medezeggenschap: www.infowms.nl
  • Ouders & Onderwijs, de landelijke belangenorganisatie en informatiepunt voor ouders: www.oudersonderwijs.nl
  • Vereniging Openbaar Onderwijs, de landelijke belangenorganisatie en informatiepunt voor openbare scholen en ouders in de medezeggenschap: www.voo.nl
  • Ouders van Waarde, de landelijke belangenorganisatie en informatiepunt voor ouders in het protestants-christelijk, katholiek en oecumenisch onderwijs: www.ouders.net
  • OCO, het informatiepunt voor ouders en leerlingen in het Amsterdamse onderwijs; maar ons heb je al gevonden!

Extra: OCO, Ouders & Onderwijs en VOO hebben allemaal een telefonische helpdesk, waar ouders dagelijks terecht kunnen met al je vragen over het onderwijs. Ook vragen over de medezeggenschap. De telefoonnummers vind je op de websites van deze organisaties.

Maand 4: Geef je op voor een basistraining

Je bent nu zo’n drie maanden verder, er zijn waarschijnlijk zo’n 2-3 vergaderingen geweest. Je hebt een aardige indruk van jullie MR, wat er speelt, de overlegcultuur, de onderlinge verhoudingen, etc. Je kent de school, de wet en je eerste vragen zijn beantwoord. Je begint een beetje ingewerkt te raken. Dit is het moment om je op te geven voor een basiscursus medezeggenschap!

De kennis die je daar zult opdoen, valt nu in vruchtbare aarde. Bovendien kun je je eerste indrukken delen met de docent en andere collega’s (gaat het bij iedereen, zoals bij jullie?).

In een basiscursus komt meestal aan bod de (wettelijke) uitgangspunten voor het werk in de MR: taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Ook is er vaak aandacht voor de basisbeginselen voor een goed-functionerende MR; de inrichting van een vergadering, het jaarplan, de communicatie met de bestuurder, etc.

Het komt vaak voor dat de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van jullie overkoepelende bestuur trainingen verzorgt voor MR-leden. Vraag dit even na. Zo niet, dan zijn er veel goede externe aanbieders van trainingen, zie daarvoor ook de tip van de vorige maand.

Extra: Als MR-lid heb je de mogelijkheid om een training te doen, welke (moet) worden vergoed door school. Zie artikel 28 uit de WMS: “De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de medezeggenschapsraad, scholingskosten daaronder begrepen, komen ten laste van het bevoegd gezag.” Wees dus niet beschroomd. Vanzelfsprekend wel handig om je in te schrijven in overleg met je MR-collega’s en de directeur.

Maand 5: Leer je achterban kennen

Heb je je al eens afgevraagd bij één van de stemmingen in jullie vergadering: Wat vinden de ouders op school hier eigenlijk van?

Je kunt in de MR je eigen mening volgen en bent niet verplicht om de mening van de (meerderheid van) ouders te representeren. Maar je bent gekozen door ouders en vertegenwoordigt hen ten overstaan van het bevoegd gezag. Het is belangrijk dat je aanspreekbaar bent op jouw inbreng, je weet wat er leeft op school en je gevoel ontwikkelt voor hoe ouders erin zitten. Daar start je nu mee. Wat kun je doen?

Laat ouders weten dat je (nieuw) in de MR zit, via een nieuwsbrief of op de website van school. Stel jezelf voor en nodig ouders uit om je aan te spreken. Haal je kinderen af en leg je oor te luister op het schoolplein. Gebruik de ouderborrel of de koffiebar om de hoek om ouders te vragen wat ze vinden van de onderwerpen die bij jullie op de MR-agenda staan. En vergeet je kinderen en je partner ook niet, als bron van informatie.

Maand 6: Maak een agenda

Je bent nu bijna een half jaar onderweg. Mijn advies is om een eigen agenda op te stellen. Uit eigen onderzoek blijkt dat veel ouders enthousiast, maar tamelijk onvoorbereid en zonder specifieke ambities in de medezeggenschap stappen. Dat is prima, maar mijn ervaring is dat je effectiever bent – en ook met meer plezier terugkijkt – als je weet wat je komt doen.

Ga hier eens een halfuurtje voor zitten. De volgende vragen kunnen je helpen om te bedenken waar jij je voor wilt inzetten:

  • Wat gaat jou aan in het onderwijs, wat vind je belangrijk?
  • Waarom koos jij – of je kind – indertijd voor deze school?
  • Wat zijn de kwaliteiten van jouw school? Lukt het om deze voldoende te behouden?
  • Zijn er zaken waaraan je je ergerde de afgelopen jaren? En je dacht, dat kan anders?
  • Waar maken (andere) ouders zich zorgen over? Waar praten ze over?
  • Hoe functioneert jullie medezeggenschap? Zijn er verbeterpunten?
  • Heb jij speciale kennis of ervaring waar jouw school of MR iets aan kan hebben?

Stel een top 3 op van de onderwerpen die jij écht belangrijk vindt. Staan deze punten al op de agenda? Top! Zorg ervoor dat je voldoende tijd en aandacht geeft aan de voorbereiding van deze punten. Dan kun je maximaal impact hebben.

Staan deze onderwerpen nog niet op de agenda? Denk dan na over de vraag hoe je deze punten aan de orde kunt stellen. Een goede start is het delen van je ideeën met je collega’s in de MR. Wat vinden zij hiervan? En wat is hun agenda? Misschien help jij met jouw initiatief voor een gesprek hierover, om tot één of twee gezamenlijke prioriteiten te komen voor het komende jaar. Dat zou een mooie uitkomst zijn!

Afsluitend: Maak er wat van

Ik hoop dat deze tips de start zijn van een mooie medezeggenschapsperiode. Zelf ben ik niet zo gestructureerd begonnen als dit artikel misschien doet vermoeden. Over een periode van twee jaar zijn deze tips mij aangereikt door verschillende mensen. Zij hebben mij geholpen om met meer impact en meer plezier actief te zijn in de medezeggenschap. En omdat een goed begin het halve werk is, deel ik ze nu graag – als zes praktische tips voor een goede start. Veel succes!

Mira

Meer tips ontvangen? Meld je aan voor de Raadgevers Nieuwsbrief.