Medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht over PTA

Een medezeggenschapsraad in het voortgezet onderwijs heeft instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van het programma van toetsing en afsluiting (PTA). Dit blijkt uit een uitspraak van de Landelijke Geschillen Commissie medezeggenschap onderwijs.

Instemmingsrecht op examenregeling in WMS

Op grond van artikel 10 aanhef en onder b WMS heeft de medezeggenschapsraad instemmingsrecht ten aanzien van te nemen besluiten tot ‘vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling en het zorgplan’.

Uitspraak over medezeggenschapsgeschil over PTA

In uitspraak LCG WMS 08.019 d.d. 13-10-2008 oordeelt de Landelijke Geschillen Commissie medezeggenschap onderwijs dat het programma van toetsing en afsluiting (PTA) gezien aard en inhoud beschouwd moet worden als behorend tot de ‘onderwijs- en examenregeling’ als bedoeld in de WMS.

De commissie kwam tot deze uitspraak nadat een interpretatiegeschil was voorgelegd naar aanleiding van de verplaatsing van de afsluiting van het vak maatschappijleer van het 4e naar het 3e leerjaar vmbo-t. Het schoolbestuur meende dat hierbij slechts sprake was van een ‘vaststelling of wijziging van het lesrooster in het voortgezet onderwijs’ waarover een medezeggenschapsraad adviesrecht heeft. De medezeggenschapsraad stelde zich op het standpunt dat de voorgestelde verandering ook een wijziging van het PTA met zich meebracht en dat daarvoor instemming van de medezeggenschapsraad nodig zou zijn.

VO-Raad adviseert beleid en vakinhoud in pta duidelijk te scheiden

In september 2018 publiceerde de VO-Raad een artikel over de organisatie van het schoolexamen met een antwoord op de door veel scholen aan de VO-Raad gestelde vraag hoe om te gaan met het instemmingsrecht op het PTA. De VO-Raad schreef: “Het PTA is een concretisering van het toetsbeleid (schoolexamens in welke leerjaren, hoeveel toetsmomenten, herkansingsbeleid, maatwerkaanpak, e.d.) én een concretisering op vakniveau. De VO-raad beveelt aan deze scheiding te maken:

  • het vaststellen van het beleid met betrekking tot de examenregeling en aanpassingen daarin worden ter instemming aan de MR voorgelegd;
  • de meer concrete vakinhoudelijke invulling (welke onderwerpen in welke toets) is een concrete uitwerking die behoort tot het domein van de professional.”

Vanuit het perspectief van de MR –met name van de leerlinggeleding – kun je zeggen dat dit op zich een logisch onderscheid is, maar dat een MR wel moet kunnen bewaken of de toetsonderwerpen aansluiten op de aangeboden lessen. Als dat niet zo is dan zou de MR instemming kunnen onthouden en de voorwaarde kunnen stellen dat er een inhaalprogramma wordt georganiseerd om leerlingen voor te bereiden op het examen.