Wat is speciaal onderwijs?

Geplaatst door Floor Kaspers op 22 juni 2021
Speciaal onderwijs is onderwijs voor kinderen met een beperking, chronische ziekte of stoornis. Deze kinderen krijgen in het speciaal onderwijs meer aandacht en ondersteuning dan in het gewone onderwijs. Vanuit het speciaal onderwijs kunnen leerlingen mogelijk instromen in het reguliere onderwijs of doorstromen naar een gewone vervolgopleiding.

Toelaatbaarheidsverklaring via samenwerkingsverband

De scholen voor speciaal onderwijs nemen samen met gewone scholen deel in het samenwerkingsverband voor passend onderwijs in de regio. Binnen de samenwerking spreken de scholen af welke leerlingen ze doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. Voor deze leerlingen geeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring af. Zo’n verklaring geeft recht op een plek in het speciaal onderwijs. De bedoeling was dat met de invoering van passend onderwijs meer leerlingen op een reguliere school ondersteuning zouden krijgen. De afgelopen jaren is echter het aantal leerlingen op het speciaal onderwijs toegenomen.

Clusters speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs bestaat uit 4 clusters:

  • Cluster 1: blinde, slechtziende kinderen. 
    Dit zijn scholen voor visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen die slechtziend of blind zijn. De meeste van deze kinderen gaan met speciale begeleiding naar het ‘reguliere’ (gewone) onderwijs. De overige bezoeken speciale scholen.
  • Cluster 2: dove, slechthorende kinderen.
    Cluster 2 bestaat uit scholen voor dove en slechthorende kinderen en voor kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of taalmoeilijkheden. De scholen zijn er ook voor kinderen met communicatieve problemen, zoals bij bepaalde vormen van autisme.
  • Cluster 3: gehandicapte en langdurig zieke kinderen.
    Dit zijn scholen voor leerlingen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen. En voor langdurig zieke kinderen en leerlingen met epilepsie.
  • Cluster 4: kinderen met stoornissen en gedragsproblemen.
    Dit cluster bestaat uit scholen voor kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen. Ook scholen die verbonden zijn aan pedologische (kinderkundige) instituten vallen onder dit cluster.

Voor leerlingen in clusters 1 en 2 is het onderwijs niet georganiseerd via de regionale samenwerkingsverbanden, maar door een aantal landelijke organisaties. Deze landelijke instellingen bepalen zelf wanneer een leerling naar een speciale school gaat. Voor cluster 1 zijn dat Bartiméus en Visio. Voor cluster 2 is dat koelorganisatie Simea. Hieronder vallen de organisaties Kentalis, Auris, VierTaal en VitusZuid.

Kerndoelen speciaal onderwijs

Kerndoelen van het basisonderwijs geven aan wat een kind aan het eind van de basisschool moet kennen en kunnen. Sinds 2009 geldt dit ook in het speciaal onderwijs. Daarnaast is er nog een aantal aangepaste doelen voor deze leerlingen. Dove en slechthorende leerlingen moeten bijvoorbeeld op een bepaald niveau de Nederlandse gebarentaal beheersen. En blinde en slechtziende leerlingen moeten zich bijvoorbeeld zelfstandig kunnen bewegen met een stok. Voor leerlingen op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen of kinderen met een meervoudige beperking, gelden volledig aangepaste kerndoelen.

Voortgezet speciaal onderwijs

Leerlingen in het speciaal onderwijs (SO) gaan meestal na hun 12e naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Hier kunnen ze blijven tot hun 20e verjaardag. Het voortgezet speciaal onderwijs werkt met dezelfde clusters als voor leerlingen van 4 tot 12. Als het voor een leerling beter is om langer in het speciaal onderwijs les te volgen, dus ook nadat de leerling 20 is, kan hiervoor ontheffing worden aangevraagd bij de Onderwijsinspectie.

Ontwikkelingsperspectief leerlingen

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten een zogeheten ontwikkelingsperspectief voor leerlingen vaststellen. De bedoeling is dat de school een kind helpt zijn mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten. In het ontwikkelingsperspectief staat welk uitstroomprofiel een leerling heeft.

Dat kan zijn:

  • een diploma halen;
  • uitstroom naar werk;
  • uitstroom naar arbeidsmatige dagbesteding.

Onderdeel van het ontwikkelingsperspectief is een plan, ook wel het handelingsdeel genoemd. In dat plan staat hoe de school toewerkt naar het uitstroomprofiel.

Leerlingenvervoer

Veel kinderen die naar speciaal onderwijs gaan, komen in aanmerking voor leerlingenvervoer. Ouders kunnen een aanvraag bij de gemeente doen voor tegemoetkoming in de kosten van het vervoer, of aangepast vervoer in een taxibusje.