Wat is een toelaatbaarheidsverklaring?

Voor leerlingen die naar speciaal onderwijs gaan, speciaal basisonderwijs, praktijkonderwijs of een tussenvoorziening, is een toelaatbaarheidsverklaring nodig. Door middel van deze verklaring is een leerling toelaatbaar tot deze specifieke scholen.

Waarom een toelaatbaarheidsverklaring?

De toelaatbaarheidsverklaring (TLV) is ingevoerd bij de start van passend onderwijs. Scholen maken samen afspraken over de verwijzing naar speciaal onderwijs in het samenwerkingsverband. Ook betalen scholen samen de kosten van de speciale scholen. Op basis van die afspraken kunnen scholen voor een leerling een toelaatbaarheidsverklaring aanvragen bij het samenwerkingsverband.

Voor welke leerlingen?

Een toelaatbaarheidsverklaring wordt aangevraagd voor leerlingen voor wie de ondersteuning op regulier onderwijs niet voldoende is. De TLV kan worden aangevraagd bij de start van de schoolloopbaan, als al gelijk duidelijk is dat het kind het beste op een speciale school kan starten. Een TLV wordt ook aangevraagd als pas na een tijd op een reguliere school blijkt dat een aparte school een betere plek is. Voor plaatsing op (voortgezet) speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs, praktijkonderwijs en tussenvoorzieningen is een toelaatbaarheidsverklaring nodig. Voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) is geen toelaatbaarheidsverklaring nodig, maar wordt een ‘aanwijzing LWOO’ gegeven. De procedure is hetzelfde als bij de aanvraag van een TLV.

Wie doet de aanvraag?

De aanvraag voor een TLV wordt door de school gedaan. Dit doet de school op basis van de afspraken die hierover in het samenwerkingsverband zijn gemaakt. Bij de start op een nieuwe school, wordt dit gedaan door de nieuwe school zelf. Dus als een leerling van vier jaar wordt aangemeld op een school voor speciaal onderwijs, vraagt deze school de TLV aan. Bij een tussentijdse overstap naar speciaal onderwijs, vraagt de reguliere school de TLV aan. Bij een aanvraag van een TLV voor de overstap naar voortgezet speciaal onderwijs, doet de basisschool dat. Voor praktijkonderwijs doet de praktijkschool zelf de aanvraag.

Wat staat er in de aanvraag?

De aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring wordt, bij een overstap, gebaseerd op het ontwikkelingsperspectief van de leerling. Als blijkt dat de ondersteuning niet meer op de reguliere school geboden kan worden, wordt deze informatie gebruikt voor de aanvraag van een TLV. De aanvraag beschrijft welk type ondersteuning de leerling nodig heeft. De school beschrijft ook waarom de eigen ondersteuning niet voldoende is geweest.

Hoe wordt de aanvraag behandeld?

Nadat de aanvraag wordt gedaan, en het dossier compleet is wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld door deskundigen bij het samenwerkingsverband. Bij een overstap vanuit regulier onderwijs wordt een gesprek gevoerd met deze deskundigen, de ouders, de leerling en betrokkenen van school. Op basis hiervan wordt, eventueel na extra onderzoek, besloten tot het afgeven van een TLV. Soms wordt de aanvraag ook afgewezen, omdat de inschatting van de deskundigen is dat de reguliere school toch een betere plek is. Gedetailleerde informatie over de werkwijze van het samenwerkingsverband voor primair onderwijs is hier te vinden, voor voortgezet onderwijs hier.

De rol van ouders

De school vraagt de toelaatbaarheidsverklaring aan, niet de ouders. De school is wel verplicht om hierover eerst overleg te voeren met ouders. Ze moeten dan duidelijk maken waarom de school de ondersteuning zelf niet meer kan bieden. Ook als ouders het niet eens zijn met de aanvraag, kan de school de TLV aanvragen. Het samenwerkingsverband kijkt dan wel extra kritisch naar de aanvraag, en zal meestal ouders uitnodigen voor een gesprek hierover. Als ouders het niet eens zijn met de afgifte van de TLV, dus na de beoordeling, kunnen ze hiertegen bezwaar maken.