Wat leert mijn kind op de basisschool?

Geplaatst door Rosalie Anstadt op 2 september 2020
Een kind mag naar de basisschool zodra het vier jaar is. Vanaf vijf jaar geldt leerplicht. Zonder zittenblijven duurt het basisonderwijs acht jaar. Zes vakken zijn wettelijk verplicht: Nederlands, rekenen/wiskunde, Engels, oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs. Sommige basisscholen bieden ook niet-verplichte vakken aan, zoals: zwemles, verkeersles, godsdienstles of een extra vreemde taal naast Engels. In de kerndoelen staat wat een school tot en met groep 8 in elk geval moet aanbieden aan de leerling. Leerlijnen zijn een hulpmiddel voor school om een doorgaande lijn aan te bieden, daarin staat per kerndoel welke stof per leerjaar wordt behandeld. Scholen kunnen verschillen hoe ze de vakken aanbieden (didactiek) en welk lesmateriaal (methode) ze hiervoor gebruiken. De school houdt de vorderingen en resultaten van iedere leerling bij in een (digitaal) leerlingvolgsysteem. In groep 8 krijgt een leerling een schooladvies voor het voortgezet onderwijs en maakt het de wettelijk verplichte eindtoets.

Leerplicht

Kinderen mogen naar school zodra ze vier jaar zijn. Ze starten dan in groep 1 op van de basisschool. Op sommige scholen mogen kinderen al vijf uur per week wennen vanaf drie jaar en tien maanden. De toelatingsleeftijd voor de basisschool is geregeld in art. 39 WPO. Vanaf vijf jaar oud moeten kinderen naar school, dan gaat de leerplicht in (art. 3 Lpw).

In een aantal gevallen hoeft een kind tijdelijk niet naar school, bijvoorbeeld bij ziekte, een begrafenis of vanwege het geloof. Afhankelijk van de situatie moet toestemming worden gevraagd voor verlof of de afwezigheid worden vermeld, zie Hoe krijg ik verlof van school voor mijn kind?

Tot zesjarige leeftijd mag een kind een aantal uren thuisblijven als de schoolweek nog te vermoeiend is (art. 11a Lpw): vijf uur per week zonder dat daar toestemming voor nodig is, melden is wel verplicht. Of tien uur per week met toestemming.

Verplichte vakken

Op de basisschool krijgt een kind kernvakken en vakken gericht op brede ontwikkeling. Verplichte kernvakken zijn Nederlands en rekenen/wiskunde. Verplichte vakken gericht op de brede ontwikkeling zijn oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en bewegingsonderwijs. Vanaf groep 7 is ook Engels een verplicht vak. Sommige basisscholen beginnen hier al eerder mee, soms al in de kleuterklas.

Kerndoelen en leerlijnen

De overheid heeft voor ieder verplicht vak kerndoelen vastgesteld. De kerndoelen – in totaal 58 –  beschrijven globaal wat een school tot en met groep 8 in elk geval moet aanbieden aan de leerling. Dit is vastgelegd in het Besluit vernieuwde kerndoelen WPO.

SLO (Stichting Leerplanontwikkeling) heeft de kerndoelen voor de groepen 1 tot en met 8 van de basisschool uitgewerkt in leerlijnen. Een leerlijn geeft aan wat er per leerjaar wordt behandeld. Ook geeft het aan wat behandeld moet zijn voordat een volgende stap kan worden gezet.

Een kind kan bijvoorbeeld pas breuken leren als het de tafels (vermenigvuldigen) geautomatiseerd heeft. En een kind kan pas een correcte werkwoordspelling toepassen als het de basisprincipes van redekundig ontleden beheerst.

Kerndoelen en leerlijnen helpen een school een doorgaande lijn te bieden voor de ontwikkeling van kinderen.

Niet-verplichte vakken

Naast de verplichte vakken bieden sommige basisscholen ook niet-verplichte vakken aan, zoals: zwemles, verkeersles, schooltuinen, godsdienstles of een extra vreemde taal naast Engels.

Wat leert mijn kind in groep 1 tot en met 8?

Een school mag zelf bepalen hoe het de vakken aanbiedt (didactiek) en welk lesmateriaal (methode) het hiervoor gebruikt. Hierdoor kan de invulling per school verschillen. Globaal leren kinderen het volgende per leerjaar.

Groep 1 en 2

In groep 1 en 2 staat spelend leren centraal. Kinderen maken kennis met tellen, cijfers en woordklanken. Maar ook met natuur, techniek, ruimte, tijd, kunst en beweging. Vaak zie je dat kinderen in groep 2 interesse beginnen te krijgen voor wat meer ‘schoolse’ werkjes. Ze maken eenvoudige optelsommen in een schriftje en schrijven letters en woordjes op het digibord.

Groep 3

In groep 3 ligt de nadruk op leren lezen. Al in de eerste schoolweek leren kinderen klankzuivere drieletterwoordjes lezen. Dit zijn zogeheten m-k-m woorden: medeklinker, klinker, medeklinker; zoals ‘pop’, ‘hek’ en ‘bus’. In het begin van groep 3 is rekenen vooral een voortzetting van de telactiviteiten uit groep 2. Kinderen leren getallen herkennen en schrijven en maken kennis met de begrippen ‘erbij’ en ‘eraf’.

Groep 4

Vanaf groep 4 verschuift de aandacht van technisch lezen steeds meer naar vloeiend en vlot lezen met begrip. Bij begrijpend lezen gaat het om het zien en begrijpen van verbanden tussen woorden en zinnen. Bij het vak rekenen leren kinderen rekenen met grotere getallen en vermenigvuldigen.

Groep 5

In groep 5 richt het kernvak Nederlands zich op lezen, schrijven, (werkwoord)spelling, taal- en redekundig ontleden, woordenschat en mondeling onderwijs. Daarnaast breiden kinderen hun rekenvaardigheden uit groep 4 verder uit. Ze leren rekenen met grotere getallen en delen.

Groep 6

In groep 6 besteedt de leerkracht veel onderwijstijd aan begrijpend lezen omdat een goed tekstbegrip nodig is voor de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek. Maar ook bij het vak rekenen moet een kind teksten kunnen lezen en begrijpen. Daarnaast is er aandacht voor schrijven, (werkwoord)spelling, taal- en redekundig ontleden, woordenschat en mondeling onderwijs. Bij rekenen krijgen kinderen les in breuken en verhoudingen.

Groep 7

In groep 7 blijven kinderen hun kennis en vaardigheden op het gebied van lezen, schrijven, (werkwoord)spelling, taal- en redekundig ontleden, woordenschat en mondeling onderwijs verder uitdiepen. Daarnaast krijgen zij vanaf deze groep verplicht Engels. Bij rekenen krijgen kinderen inzicht in de relatie tussen procenten, breuken en kommagetallen. Zij leren rekenen met getallen tot en met een miljoen en leren het complete metrieke stelsel (lengtematen, inhoud en gewicht).

Groep 8

In groep 8 ligt de nadruk op herhaling van kennis en vaardigheden uit voorgaande leerjaren. Daarbij wordt er veel aandacht besteed aan ‘leren leren’. Dit gaat bijvoorbeeld over planning, taakaanpak en reflectie op werk. De lesstof in groep 8 bouwt voort op de lesstof uit groep 7 en bereidt kinderen voor op de brugklas in het voortgezet onderwijs.

Van basis naar voortgezet onderwijs

De basisschool bereidt kinderen voor op het voortgezet onderwijs. Van speelse kleuters die nog niet kunnen lezen en schrijven ontwikkelen leerlingen zich gedurende gemiddeld acht jaar tot beginnende pubers die uitgebreide teksten kunnen lezen en complexe sommen kunnen uitrekenen. Nu de basis is gelegd, is het tijd om het onderwijs ‘voort te zetten’ met het voortgezet onderwijs.

Vóór 1 maart krijgen leerlingen in groep 8 een schooladvies voor het voortgezet onderwijs. Daarbij kijkt de school naar:

  • Aanleg en talenten van een leerling
  • Leerprestaties
  • De ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode
  • Concentratie, motivatie en doorzettingsvermogen

Tussen 15 april en 15 mei maken leerlingen in groep 8 de wettelijk verplichte eindtoets. Als het resultaat van de eindtoets hoger ligt dan het schooladvies, moet de school het schooladvies heroverwegen. Dit kan leiden tot een bijstelling van het advies naar boven.