Wat meet de leerachterstandtoets (LAT)?

Met een leerachterstandentoets (LAT) begin groep 8 wordt een leerling getest op leerachterstanden, dit kan ook door middel van adaptief toetsen eind groep 7. De toets wordt afgenomen bij alle leerlingen in het basisonderwijs die waarschijnlijk uitstromen naar het praktijkonderwijs of het vmbo. Vrijwel de helft van alle leerlingen in het basisonderwijs krijgt te maken met deze test. Hiermee wordt onderzocht of er een leerachterstand is. Er is geen toestemming van ouders vereist.

Voor wie?

Met een leerachterstandentoets (LAT) begin groep 8 wordt in kaart gebracht of er leerachterstanden zijn en hoe groot die zijn. Een LAT wordt afgenomen bij leerlingen die waarschijnlijk uitstromen naar één van de volgende onderwijsniveaus:

Bijna de helft van alle leerlingen in het basisonderwijs krijgt te maken met deze toets. Bij een verwacht uitstroomprofiel havo of vwo wordt geen LAT afgenomen.

Wat wordt getoetst?

Een onderzoek naar de leerachterstanden is noodzakelijk om een goede overstap naar het voortgezet onderwijs te kunnen maken. De LAT onderzoekt de volgende leerdomeinen:

  • inzichtelijk rekenen
  • begrijpend lezen
  • technisch lezen
  • spelling

Leerachterstandentoets (LAT) of adaptieve toets

De LAT werd meestal vroeg in het schooljaar van groep 8 afgenomen door de basisschool. In Amsterdam wordt inmiddels gebruik gemaakt van ‘adaptief toetsen’ (zich aan het niveau aanpassende toetsen) eind groep 7.

Daarvoor zijn twee mogelijkheden: Of de school wacht eerst de uitslag van het leerlingvolgsysteem (E7) af en neemt daarna een adaptieve toets af. Of de school doet meteen een adaptieve toets in plaats van de leerlingvolgsysteemtoets. Zie voor nadere uitleg de infographic van Het ABC.

Het komt ook af en toe voor dat een leerling pas getest als die al op het voortgezet onderwijs zit.

Geen toestemming voor LAT nodig

Voor afname van de LAT hoeven ouders geen toestemming te geven. Het gaat namelijk om een didactisch onderzoek en niet om psychologisch onderzoek.

Scholen maken soms gebruik van diensten van bureau’s met gespecialiseerde orthopedagogen of kinderpsychologen, voor ondersteuning bij het afnemen van de LAT of voor het nakijken en beoordelen van de LAT. Dit is toegestaan. In Amsterdam wordt Het ABC ingeschakeld.

Ondersteuningsbehoefte

Leerlingen worden pas toegelaten voor vmbo met lwoo of praktijkonderwijs als uit de LAT blijkt dat leerlingen grote leerachterstanden hebben op minimaal twee van de vier hierboven genoemde leerdomeinen, tenminste één daarvan dient inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen te zijn. Voor vmbo met lwoo moet die leerachterstand tussen de anderhalf jaar en drie jaar zijn, voor praktijkonderwijs meer dan drie jaar.

Capaciteitentoets

Als aan de hand van een LAT ook leerachterstand is vastgesteld, dan wordt geprobeerd de leerachterstand te verklaren. De eerste stap daarvoor is meestal een capaciteitenonderzoek (CAP), ook wel intelligentietest genoemd. Zie voor meer informatie Wat meet het capaciteitenonderzoek (CAP)?