Vertrouwenspersoon

In het primair onderwijs en in het voortgezet onderwijs zijn schoolbesturen wettelijk verplicht een klachtenregeling vast te stellen en informatie over de klachtenregeling in de schoolgids te publiceren. Landelijke ouderorganisaties en onderwijsorganisaties hebben een Modelklachtenregeling ontwikkeld die scholen van toepassing kunnen verklaren en desgewenst kunnen aanpassen. Artikel 3 uit de Modelklachtenregeling omschrijft de aanstelling en taken van een vertrouwenspersoon.

Of een school de verplichting op zich genomen heeft om een vertrouwenspersoon aan te stellen en wat daarvan de taken zijn is dus afhankelijk van de vraag of deze bepaling van de Modelklachtenregeling is overgenomen in de door het schoolbestuur vastgestelde klachtenregeling van de school.

Modelklachtenregeling, Artikel 3: Aanstelling en taken vertrouwenspersoon

1. Het bevoegd gezag beschikt over ten minste één vertrouwenspersoon die functioneert als aanspreekpunt bij klachten.
2. Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de vertrouwenspersoon. De benoeming vindt plaats op voorstel van de benoemingsadviescommissie.
3. De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht. Hij begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure en verleent desgewenst bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie.
4. De vertrouwenspersoon verwijst de klager, indien en voorzover noodzakelijk of wenselijk, naar andere instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg.
5. Indien de vertrouwenspersoon slechts aanwijzingen, doch geen concrete klachten bereiken, kan hij deze ter kennis brengen van de klachtencommissie of het bevoegd gezag.
6. De vertrouwenspersoon geeft gevraagd of ongevraagd advies over de door het bevoegd gezag te nemen besluiten.
7. De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij in die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als vertrouwenspersoon heeft beëindigd.
8. De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag schriftelijk verslag uit van zijn werkzaamheden.